Jaarrapport Verkeersveiligheid 2012: Analyse van verkeersveiligheidsindicatoren in Vlaanderen tot en met 2012

 

13 mei 2014

 

Steunpunt Verkeersveiligheid & Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid

 

De Federale Overheidsdienst Economie Algemene Directie Statistiek en Economische informatie (ADSEI) beschikt over een databank met gegevens omtrent letselongevallen en verkeersslachtoffers op de Belgische wegen. Deze databank werd in het kader van dit rapport geanalyseerd om op die manier een beeld te schetsen van de verkeersveiligheidssituatie in Vlaanderen (tot en met 2012).

 

Dit rapport focust op het jaar 2012, maar vergelijkt daarnaast met de cijfers uit het verleden. De evolutie ten opzichte van het gestelde referentiegemiddelde 2005-2007 enerzijds en ten opzichte van het voorgaande jaar, 2011, wordt telkens aangehaald. Verder bekijken we de voortgang ten opzichte van de gestelde doelstellingen op Vlaams niveau. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de positieve en negatieve ontwikkelingen van de ongevallenstatistieken om zo de thema’s en doelgroepen te kunnen aanduiden waarvoor de afgelopen jaren minder vooruitgang kon geboekt worden.

 

Verschillende verkeersveiligheidsindicatoren – het aantal letselongevallen, slachtoffers, verkeersdoden, ongevallenernst, risico’s enz. – komen in dit rapport aan bod. Voor de beschrijving van de evolutie van verkeersveiligheid ligt de nadruk echter op de verkeersdoden. Dit is enerzijds te wijten aan de beleidsdoelstellingen welke op basis van het aantal verkeersdoden (en aantal zwaargewonden) zijn geformuleerd. Anderzijds zijn de ongevallen- en slachtofferstatistieken niet volledig. Algemeen wordt aangenomen dat niet meer dan 50% van de zwaargewonden in de ongevallenstatistieken worden geregistreerd; wat het aantal lichtgewonden betreft is dit zelfs nog minder. Deze onderregistratie heeft vele oorzaken. Het loopt vaak reeds mis bij de allereerste schakel, de betrokkenen van de letselongevallen. Zij brengen de politie namelijk niet altijd op de hoogte van een letselongeval, terwijl zij daartoe in feite wettelijk verplicht zijn. Omdat enkel de registratie van het aantal verkeersdoden (bijna) volledig is, is dit de meest betrouwbare indicator voor de beschrijving van de evolutie van de verkeersveiligheid, en ligt de nadruk in dit rapport in de eerste plaats op de evolutie van het aantal verkeersdoden.

 

Om tegemoet te komen aan de onderregistratie, wordt er wel eens gebruik gemaakt van een kalibratiefactor die de zwaargewonde en lichtgewonde verkeersslachtoffers, uit politiezones met een onderregistratie, verhoogt (in dat geval wordt gesproken van gewogen cijfers). In dit rapport wordt echter gebruik gemaakt van niet-gewogen cijfers, omdat deze ophoging a.d.h.v. de kalibratiefactor ook op een schatting berust en we de werkelijk geregistreerde aantallen in beeld willen brengen. Er wordt in dit rapport wel een overzichtstabel aangeboden van zowel gewogen (Tabel 2) als niet-gewogen cijfers (Tabel 1) met betrekking tot de voornaamste totalen van letselongevallen en verkeersslachtoffers om zo ook een inkijk te bieden op de ‘officiële’ gewogen statistieken.

 

Het rapport bestaat uit drie delen.

  • DEEL I – over de statistieken van de letselongevallen en een analyse m.b.t. de slachtoffers – vormt de kern van dit rapport. Hier komt de algemene evolutie van de ongevallencijfers, een analyse naar tijdstip en locatie van de letselongevallen, en een analyse van de aard van de verkeersslachtoffers en de ongevalstypes aan bod. Dit deel wordt afgesloten met een bespreking van letselongevallen waarin rijden onder invloed van alcohol een rol heeft gespeeld. Alcohol is de enige belangrijke oorzakelijke factor van letselongevallen waarover voldoende informatie in de ongevallendatabank aanwezig is. Over de twee andere voornaamste “killers on the road”, te hoge snelheid en het niet dragen van de gordel, bevat de ongevallendatabank onvoldoende informatie.
     
  • DEEL II van dit rapport, over het gedrag en de attitudes van autobestuurders in het verkeer, kan deze leemte inzake ongevalsoorzaken in de ongevallendatabank echter voor een deel opvangen. Alhoewel de gedragsmetingen (gordel, kinderzitjes, snelheid en alcohol) steeds buiten een ongevalscontext worden georganiseerd, geven zij wel een volledig en betrouwbaar beeld van het aantal bestuurders dat zich niet aan de verkeersregels houdt en op deze wijze de kans op een letselongeval vergroten. Het gedrag in het verkeer wordt gedeeltelijk beïnvloed door de attitudes van de weggebruiker ten aanzien van verkeersveiligheid. Het BIVV houdt om de drie jaar een attitudemeting waarin zij polst naar de opvattingen van de Belgische bestuurders ten aanzien van de oorzaken van letselongevallen, het verkeersreglement, de pakkans en de strafkans, en nog tal van andere thema’s. De resultaten van de attitudemeting uit 2012 worden opgenomen in DEEL II van dit rapport.
     
  • In DEEL III tot slot wordt een inhoudelijke samenvatting van het rapport gegeven en worden er op basis van eerdere bevindingen voortvloeiend uit de analyse van de statistieken in DEEL I en DEEL II beleidsaanbevelingen geformuleerd.

 

Download hier het rapport

Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito