Terug
RapportnummerRA-2013-004
TitelHet identificeren van verkeersongevallenpatronen op rotondes: een exploratieve studie
Ondertitel
AuteursEvelien Polders
Stijn Daniels
Winfried Casters
Tom Brijs
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2012-2015
Aantal pagina's36
Datum27/03/2013
ISBN
Taal van het documentEngels
Partner(s)Universiteit Hasselt
WerkpakketWP2: Risico-analyse
Samenvatting

Dit rapport is de neerslag van een gedetailleerde analyse van verkeersongevallenpatronen op rotondes. De ongevallenpatronen van 28 rotondes zijn geanalyseerd door gebruik te maken van de exacte locatie van ongevallen en manoeuvrediagrammen. Dankzij deze verrijkte ongevallendata wordt de ongevalsproblematiek op rotondes geanalyseerd op een gedetailleerder niveau door de rotondes verder op te delen in locatiesegmenten. De ongevallen worden onderzocht door a.d.h.v. de manoeuvrediagrammen de ongevallen in te delen in 8 verschillende ongevalstypes.

 

Vervolgens worden de ongevallen toegewezen aan een locatiesegment waarna de ongevallen worden geanalyseerd naar ernst, betrokken weggebruikers, locatie en rotonde-ontwerp (type fietspad, aantal rijstroken). De  ongevallenpatronen worden onderzocht door middel van chi-kwadraattoetsen om mogelijke verschillen tussen de verschillende locatiesegmenten en ongevalskenmerken vast te stellen. Door de ongevallendata op het gedetailleerde niveau van rotondelocatiesegmenten te analyseren wordt een beter inzicht geboden in de ongevallenpatronen en hun locatie op de verschillende rotondesegmenten.

 

De analyses tonen aan dat vier dominante ongevalstypes plaatsvinden op rotondes: kop-staartongevallen, eenzijdige aanrijdingen met het middeneiland, ongevallen met zwakke weggebruikers en voorrangsongevallen bij het oprijden van de rotonde. De ongevalsernst is gerelateerd aan het ongevalstype aangezien ongevallen met zwakke weggebruikers en eenzijdige aanrijdingen met het middeneiland significant vaker resulteren in ernstige letsels.

 

Een andere interessante vaststelling is dat de ongevalsgebeurtenis afhankelijk is van het rotondesegment. Kop-staartongevallen vinden hoofdzakelijk plaats op de toerit (segment 1-2) terwijl bijna alle eenzijdige ongevallen gebeuren in de omgeving van het middeneiland (segment 4). De ongevallen met zwakke weggebruikers vinden plaats op de afrit (segment 6-7) waar het gemotoriseerde verkeer de rotonde verlaat en in contact komt met de zwakke weggebruikers. Segment 3 op de toerit wordt voornamelijk gekenmerkt door voorrangsongevallen bij het oprijden van de rotonde.

 

Verschillende rotonde-ontwerpeigenschappen blijken een invloed uit te oefenen op de dominante ongevalstypes. Kop-staartaanrijdingen en ongevallen met zwakke weggebruikers gebeuren vaker op enkelstrooksrotondes terwijl dubbelstrooksrotondes leiden tot meer aanrijdingen met het middeneiland. Rotondes met aanliggende fietspaden resulteren in meer ongevallen met fietsers en bromfietsers.

 

Op basis van de resultaten van dit onderzoek doen de auteurs enkele aanbevelingen voor de implementatie van rotondes in Vlaanderen. Om het aantal ongevallen met zwakke weggebruikers aan te pakken is het wenselijk dat toekomstige rotondes niet meer worden aangelegd met aanliggende fietspaden. Ernstige eenzijdige aanrijdingen met het middeneiland kunnen verminderd worden door de herkenbaarheid en zichtbaarheid van het middeneiland te garanderen. Doordat de meerderheid van deze ongevallen ’s nachts plaatsvinden is het belangrijk dat de rotonde en het middeneiland goed verlicht zijn. Daarnaast is het vanuit verkeersveiligheidsoogpunt cruciaal dat rotondes zodanig worden aangelegd dat de snelheid van het toekomende verkeer voldoende wordt afgeremd.

DownloadPDF icon RA-2013-004.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito