Terug
RapportnummerRA-MOW-2011-034
TitelAnalysekader voor de monitoring van bereikbaarheid in Vlaanderen
OndertitelKwantificatie van een ruime set van bereikbaarheidsindicatoren
AuteursSofie Reumers
Elke Hermans
Davy Janssens
Geert Wets
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's258
Datum03/09/2012
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Universiteit Hasselt
WerkpakketAndere: Bereikbaarheid
Samenvatting

Dit rapport is het vervolg op het eerdere steunpuntrapport “Een verkennende literatuurstudie naar indicatoren die relevant zijn bij het in beeld brengen van bereikbaarheid in Vlaanderen” (Reumers, Hermans, Janssens, De Jong, & Wets, 2011) en geeft een invulling van de in de literatuurstudie voorgestelde bereikbaarheidsindicatoren voor Vlaanderen. De voorgestelde indicatoren werden in de literatuurstudie opgedeeld naar vier belangrijke aspecten van bereikbaarheid, zijnde transport, ruimtelijke ordening, beleid en context, met het oog op het garanderen van een theoretisch verantwoorde en alomvattende voorstelling van bereikbaarheid. In het huidige rapport wordt dezelfde opdeling aangehouden.

 

Het doel van dit rapport omvat het kwantificeren van de huidige stand van zaken op vlak van bereikbaarheid in Vlaanderen. De integrale invulling van de indicatorenset door dataverzameling leidt immers tot een rijk overzicht van de bereikbaarheidssituatie in Vlaanderen. Uit dit rijk overzicht kan een set van bereikbaarheidsindicatoren gekozen worden voor de monitoring van bereikbaarheid in Vlaanderen. De uiteindelijke indicatorenset, inclusief de nulmeting van die set, zal bepaald worden in een vervolgrapport. Op basis van die nulmeting kan het rapport in de toekomst gehanteerd worden om de evolutie in bereikbaarheid (trends) weer te geven door het op structurele wijze uitvoeren van een vergelijkbare invulling. Met behulp van de indicatorwaarden kunnen bovendien de effecten van bereikbaarheidsinitiatieven afzonderlijk geëvalueerd worden, wat leidt tot een doelgericht bereikbaarheidsbeleid en een efficiënte besteding van bereikbaarheidsbudgetten (Hermans, 2009; Litman, 2005, 2007).

 

Het tweede hoofdstuk van dit rapport is een rijke verzameling van indicatorwaarden. Het geeft de meest recente Vlaamse cijfers, en bij gebrek daaraan Belgische cijfers, voor de 228 bereikbaarheidsindicatoren die voorgesteld werden in Reumers et al. (2011), en toont aan waar of door wie de indicatoren geregistreerd en gepubliceerd werden. Daarnaast blijkt uit voor welke indicatoren Vlaamse cijfers slechts deels beschikbaar of onbeschikbaar zijn. De gepresenteerde cijfers zijn voornamelijk afkomstig uit publiek raadpleegbare elektronische bronnen. De gehanteerde onderzoeksmethode, namelijk de consultatie van elektronische bronnen op het internet, impliceert echter dat er bijkomende gegevenssets bestaan die niet opgenomen zijn in dit rapport. Immers, de mogelijkheid bestaat dat niet alle relevante documenten via het World Wide Web werden teruggevonden of dat sommige gegevens wel beschikbaar zijn maar niet via het World Wide Web ontsloten zijn.

 

De mobiliteitsvraag en het mobiliteitsaanbod worden momenteel in grote mate becijferd, maar vaak zijn dit geen recente cijfers, moeten meerdere referenties gehanteerd worden voor een zo volledig mogelijke invulling of zijn cijfers enkel beschikbaar op federaal niveau. Indicatoren m.b.t. de confrontatie tussen de mobiliteitsvraag en het mobiliteitsaanbod worden echter zelden becijferd, geregistreerd en gepubliceerd voor het volledig Vlaams grondgebied. De vraag naar ruimte en activiteiten wordt (deels) becijferd. Maar het aanbod, en de confrontatie tussen vraag en aanbod, in cijfers uitdrukken is voor Vlaanderen nog geen sinecure. Met betrekking tot beleid worden momenteel dan weer heel wat cijfers verzameld, hoewel ook hier uiteenlopende referenties nodig zijn om een uitspraak te doen voor alle modi of voor alle aspecten van de indicator. Temporele beperkingen, weersomstandigheden en technologie zijn contextuele aspecten van bereikbaarheid waarvoor indicatorwaarden slechts in beperkte mate voorhanden zijn. De Vlaamse economie, socio-demografie, ecologie en de individuele beperkingen in Vlaanderen worden dan weer in ruime mate becijferd.

 

Heel wat van de 228 bereikbaarheidsindicatoren uit Reumers et al. (2011) worden momenteel gekwantificeerd op Vlaams niveau. Dit levert een rijke verzameling van indicatorwaarden op, waaruit een finale set van indicatoren bepaald kan worden die gezamenlijk de huidige Vlaamse bereikbaarheid in beeld zullen brengen. Nochtans zijn er toch wat indicatoren waarvoor dataverzameling nog niet (systematisch) gebeurt of waarvoor dit momenteel slecht op federaal niveau wordt uitgevoerd. Dit laatste is vooral van toepassing op federale materies (vb. spoorwegen). Tot slot kan men besluiten dat uiteenlopende referenties vereist zijn om te komen tot deze rijke verzameling van indicatorwaarden.

DownloadPDF icon RA-MOW-2011-034 (rapport).pdf
PDF icon RA-MOW-2011-034 (bijlage-A).pdf
PDF icon RA-MOW-2011-034 (bijlage-B).pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito