Terug
RapportnummerRA-MOW-2011-012
TitelDe invloed van de vergrijzing op de verkeersveiligheid
OndertitelToekomstige populatiekenmerken
AuteursKurt Van Hout
Tom Brijs
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's84
Datum01/12/2011
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Universiteit Hasselt
WerkpakketAndere: Risicobepaling
Samenvatting

Door het verhoogde letselrisico bij ouderen wordt gevreesd dat het aantal verkeersslachtoffers zal toenemen in het licht van de toenemende vergrijzing van onze maatschappij. De invloed van de vergrijzing, die samenloopt met een aantal andere maatschappelijke trends, is echter niet zomaar rechttoe-rechtaan vast te stellen. Blootstelling en risico variëren immers sterk tussen verschillende leeftijdsgroepen. Ook binnen de leeftijdsgroepen zelf zijn er nog belangrijke verschillen vast te stellen, die vaak samenhangen met de socio-economische positie. Veranderingen in bevolkingssamenstelling (zowel omvang als relatief aandeel van de verschillende bevolkingsgroepen) zullen dan ook een invloed uitoefenen op het aantal verkeersslachtoffers en het aandeel van de verschillende bevolkingsgroepen hierin.

 

Om gericht in te spelen op de wijzigende verkeersveiligheid is een adequate planning op korte en lange termijn nodig. Gezien de complexe samenhang van de verschillende factoren is een modelmatige aanpak aangewezen. Het binnen IMOB ontwikkelde activiteitengebaseerde model FEATHERS biedt hiertoe interessante mogelijkheden. Dit model laat toe om, in functie van o.a. een aantal persoons- en huishoudenkarakteristieken het activiteiten- en verplaatsingspatroon van de bevolking te modelleren. Zo kan ook de invloed van de vergrijzing worden nagegaan met behulp van dit microsimulatiemodel. Daartoe dient een synthetische populatie (d.i. een fictieve populatie die zo goed mogelijk overeenkomt met de werkelijke (of verwachte) populatie) opgebouwd te worden.

 

De evolutie van het aantal verkeersslachtoffers kan bepaald worden aan de hand van de evolutie van de 3 componenten die klassiek onderscheiden worden: blootstelling, ongevalsrisico en letselernst. Verschillen in blootstelling en de evolutie ervan zijn gelinkt aan de activiteitenpatronen. Bovendien hebben ouderen vaak de neiging om te compenseren voor hun beperkingen door hun rij- en reisgedrag aan te passen zodat de taakbelasting binnen de perken blijft. Het ongevalsrisico wordt op haar beurt onder meer bepaald door de functionele beperkingen en attitude van de weggebruikers en het gedrag dat hieruit resulteert. Letselernst hangt dan weer samen met de hogere kwetsbaarheid van ouderen in het verkeer.

 

Tijd (en dus evolutie) heeft 3 aspecten. Het leeftijdsaspect beschrijft de verschillen die er bestaan tussen verschillende leeftijdsgroepen. Door een veranderend aandeel van de verschillende leeftijdsgroepen alleen zal het totale aantal verkeersslachtoffers reeds wijzigen. Een tweede aspect is het cohorte-effect. Opeenvolgende generaties verschillen van mekaar in gedrag en gewoontes. De ouderen van nu gedragen zich anders dan de ouderen van vroeger en hun opvolgers zullen eveneens een ander gedrag vertonen. Door de opeenvolging van deze generaties zullen er dus eveneens veranderingen optreden. Een derde aspect is het periode-effect. De tijdsgeest, de maatregelen die op een bepaald moment van kracht zijn, e.d. zullen eveneens een invloed uitoefenen op het aantal slachtoffers.

 

Voor de bestudering van de invloed van de vergrijzing op het aantal verkeersslachtoffers is, zoals gezegd, een beeld van de toekomstige populatie onontbeerlijk. Daartoe worden kort een aantal algemene mogelijkheden van toekomstonderzoek besproken, waarna de mogelijkheden tot populatiemodellering volgen. Voor het voorspellen van populaties kan een modelmatige aanpak gevolgd worden waarbij de achterliggende mechanismen gemodelleerd worden. Een meer mathematische aanpak vinden we in de techniek van synthetische populaties.

 

De bevolking verandert niet enkel in termen van leeftijd en geslacht. Ook een aantal andere socio-demografische en mobiliteitsgerelateerde variabelen wijzigen. Vermits ook deze een invloed uitoefenen op het aantal verkeersslachtoffers (vaak via de component blootstelling) is het belangrijk dat ook deze veranderingen zo goed mogelijk worden ingeschat. Onder deze variabelen zitten de werkstatus, opleidingsniveau, rijbewijs- en autobezit. Voor opleidingsniveau en werkstatus wordt maximaal gebruik gemaakt van de bestaande prognoses. Voor rijbewijsbezit en autobezit worden modellen opgebouwd die de 3 tijdsaspecten van evoluties in rekening brengen. Rijbewijs- en autobezit hebben daarenboven ook een ruimtelijke component. Vooral in de grote steden liggen beide immers significant lager.

 

Op basis van de beschikbare data wordt een procedure voorgesteld om te komen tot de opmaak van een toekomstige populatie. Een synthetische populatie wordt opgebouwd waarbij de bestaande bevolkingsprognoses gebruikt worden als randvoorwaarden (voor de variabelen leeftijd, geslacht en woonplaats wordt gecontroleerd). De wijzigingen van de socio-economische variabelen worden doorgevoerd in de steekproef die gebruikt wordt voor de opmaak van de synthetische populatie. Hierbij wordt vertrokken van de populatie voor het basisjaar. De verschillende variabelen worden in een aantal opeenvolgende stappen aangepast. Hiertoe worden telkens, op basis van de verdelingen in de huidige en de toekomstige populaties, transitieprobabiliteiten bepaald. Via een randomgenerator wordt tenslotte bepaald of een wijziging moet aangebracht worden.

 

Deze populatie wordt in een volgende fase gebruikt als input voor het activiteitengebaseerde microsimulatiemodel FEATHERS. Via dit model wordt de blootstelling op een gedisaggregeerd niveau bepaald (i.f.v. leeftijd, geslacht, vervoerwijze, wegtype). Door deze blootstelling vervolgens te koppelen aan de evolutie van het risico op hetzelfde disaggregatieniveau wordt een raming opgesteld voor het te verwachten aantal verkeersslachtoffers.

DownloadPDF icon RA-MOW-2011-012.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito