Terug
RapportnummerRA-2004-28
TitelRisicoanalyse autosnelwegen
OndertitelDeel I: Literatuurstudie
AuteursErik Nuyts
Els Hannes
An Dreesen
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's61
Datum06/01/2004
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Infrastructuur en ruimte
Samenvatting

Dit rapport is het eerste deel van een risico analyse van de Vlaamse autosnelwegen. Eerst schetsen we kort de toestand van de verkeersveiligheid op de Vlaamse autosnelwegen. Daarna geven we, vanuit het standpunt van verkeersveiligheid, een aantal richtcijfers voor infrastructuurkenmerken en de effectiviteit van een aantal infrastructuurmaatregelen. Hiervoor baseren we ons op de internationale literatuur. Daarnaast overlopen we de ministeriële omzendbrieven voor de Vlaamse autosnelwegen en gaan na in hoeverre deze overeenkomen met de richtcijfers die we in de literatuur gevonden hebben. In een tweede rapport zullen we de internationale richtcijfers en de Vlaamse richtlijnen vergelijken met de reële waarden van de Vlaamse infrastructuurkenmerken.

 

De ernst van de ongevallen is groter op autosnelwegen dan op andere wegen. Het ‘verkeersrisico’ op een ongeval, uitgedrukt in aantal ongevallen per miljard afgelegde voertuigkilometer, is veel lager op autosnelwegen dan op andere wegen. Maar omdat er op deze wegen veel verkeer verwerkt wordt op een beperkte ruimte, is het ‘wegrisico’ van autosnelwegen uitgedrukt in aantal ongevallen per 100 km weglengte er veel hoger dan op andere wegen. Dit maakt dat infrastructuurmaatregelen er zeer effectief kunnen zijn. In vergelijking met vele andere landen is zowel het verkeersrisico als het wegrisico hoog op de Vlaamse autosnelwegen.

 

De internationale literatuur laat toe om richtcijfers te vinden over een verscheidenheid van kenmerken: wrijving van het wegdek, gebruik van automatische managementsystemen, lengteprofiel en dwarsprofiel van de weg, opbouw van verkeerswisselaars en op- en afrittencomplexen, verlichting en veilige inrichting van de wegbermen. Over sommige gewenste waarden bestaat vrij grote eensgezindheid in de literatuur, voor andere kenmerken is het veel minder duidelijk wat de meest veilige oplossing is.

 

Volgende maatregelen zijn effectief om de verkeersonveiligheid te verminderen: langsgroeven, zorgen voor voldoende grote wrijving van het wegdek, aanwezigheid van een vluchtstrook, automatisch managementsystemen, veiligheidsbarrières in de middenberm, degelijke verlichting, longitudinale ribbelstroken. Linkse afritten moeten vermeden worden

 

De Vlaamse richtlijnen over de aanleg van de autosnelwegen zijn beperkt in omvang, en verouderd. De jongste richtlijn dateert van 1981. Deze richtlijnen zouden up to date gemaakt moeten worden. De meeste richtlijnen die we konden vergelijken, zijn conform met de richtcijfers die we in de literatuur gevonden hebben. Er zijn echter twee richtlijnen die verbeterd kunnen worden.
 

  • Als richtlijn een vluchtstrookbreedte van 3m, met eventueel 0.75m voor kantsstrook en watergreppel is beperkt. 4 m zou een veiliger richtlijn zijn.
  • Als richtlijn een middenbermbreedte van 3.5 m is erg beperkt. De literatuur raadt 10 m aan.
DownloadPDF icon RA-2004-28.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito