Terug
RapportnummerRA-2004-47
TitelBeveiligingsmiddelen voor kinderen in de auto
OndertitelTechnische beschrijving en determinanten van het gebruik
AuteursEllen De Beuckeleer
Johan Verlaak
Filip Van den Bossche
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's58
Datum15/12/2004
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek
WerkpakketAndere: Voertuigtechniek, Gedrag
Samenvatting

De statistieken leren dat bij kinderen verkeersongevallen veruit de belangrijkste doodsoorzaak vormen. Een groot deel van deze jonge verkeersslachtoffers zijn inzittende in een auto. Het is dus belangrijk dat bestuurders, die kinderen in hun wagen vervoeren, goed op de hoogte zijn van dit probleem en dat zij op de juiste manier gebruik maken van de beschikbare beveiligingsmiddelen. Uit onderzoek blijkt dat kinderzitjes vaak foutief gemonteerd worden in het voertuig, waardoor het kind minder goed beschermd is bij een ongeval.

 

In dit rapport gaan we in op de problematiek rond beveiligingsmiddelen voor kinderen. In een eerste deel lichten we een aantal technische zaken over kinderzitjes toe, om in een tweede deel de gedragsaspecten van het gebruik van beveiligingsmiddelen voor kinderen te bekijken.

 

Technische aspecten

Kinderen hebben een andere lichaamsbouw, wat maakt dat de veiligheidsgordel, die ontwikkeld wordt voor volwassen inzittenden, voor hen onvoldoende bescherming biedt. Daarom zijn er meerdere soorten kinderzitjes op de markt, aangepast voor verschillende gewichtsgroepen/leeftijden van kinderen.

 

Uit onderzoek blijkt dat de montage van kinderzitjes vaak foutief gebeurt, door het feit dat de inbouw van een kinderzitje, met behulp van de aanwezige veiligheidsgordel, als ingewikkeld wordt ervaren.

 

Om de montage van kinderzitjes eenvoudiger te maken, werd in 1990 een systeem ontwikkeld, ISOFIX genaamd. Met dit systeem werd gestreefd naar een solide en eenvoudige inbouw van kinderzitjes, eenvormig voor alle voertuigen en kinderzitjes. Een volledig eenduidige standaard ligt momenteel nog niet vast, maar ISOFIX kinderzitjes mogen gebruikt worden in die voertuigen waarvoor ze getest zijn.

 

Uit onderzoek naar ISOFIX systemen die momenteel op de markt zijn blijkt dat hierdoor een foutieve montage van het kinderzitje veel minder vaak voorkomt dan bij de klassieke kinderzitjes. Dit systeem betekent dus een wezenlijke vooruitgang. Nadelen zijn echter nog de kostprijs en de niet uniformiteit.

 

Naar het beleid toe willen we dan ook stellen dat men de veralgemeende invoering van het ISOFIX systeem dient na te streven. Belangrijk is dat zo snel mogelijk een eenduidige regelgeving voor ISOFIX dient te worden opgesteld. Eenmaal deze standaard is vastgelegd zal door het feit dat dan alle kinderzitjes onafhankelijk van het voertuig gebruikt kunnen worden, de verspreiding van dit systeem sneller verlopen en zal de kostprijs, die momenteel nog een belangrijke hinderpaal is, verminderen.

 

Verder is het zinvol om een kwaliteitslabel in te voeren. Alle op de markt aangeboden kinderzitjes moeten voldoen aan de Europese ECE R44/03 norm. Echter uit testen blijkt dat dit een onvoldoende garantie is voor veilige zitjes.

 

Gedragsaspecten

Om een gedragsverandering ten aanzien van het correct gebruik van kinderzitjes teweeg te brengen, dient men gerichte campagnes te voeren, met een gepersonaliseerde boodschap per homogene doelgroep en dient ingespeeld te worden op de motivatie.

 

Voor het bepalen van deze doelgroep dienen we inzicht te krijgen in het (correct) gebruik van beveiligingsmiddelen voor kinderen in de wagen. Daarom werd er in dit project nagegaan welke determinanten aan de basis liggen van het (correct) gebruik van dergelijke beveiligingsmiddelen. Aangezien er in België slechts een beperkt aantal onderzoeken verricht zijn rond dit probleem, werd een internationale literatuurstudie uitgevoerd.

 

Uit deze literatuurstudie blijkt dat veel voorkomende determinanten voor het gebruik van beveiligingsmiddelen voor kinderen in de wagen de relatie tussen het gordelgebruik bij bestuurder en passagiers, de relatie tussen gordelgebruik en de leeftijd van het kind en de positie van het kind in de wagen zijn.

 

Gebaseerd op deze determinanten raden wij volgende doelgroepen aan voor campagnes die het gebruik van beveiligingsmiddelen voor kinderen in de wagen wensen te bevorderen: mannelijke bestuurders, bestuurders van wagens met kleuters en oudere kinderen als passagiers, bestuurders die niet-verwante kinderen vervoeren en bestuurders van overvolle wagens.

 

Inzake het bevorderen van het correct gebruik raden wij volgende doelgroepen aan: minderheden, laaggeschoolden, bestuurders die de zitjes vaak uit de auto halen, bestuurders die niet-verwante kinderen vervoeren en bestuurders die meerdere jonge kinderen vervoeren.

 

Daarnaast formuleren wij aan het einde van dit rapport een aantal aanbevelingen inzake verder onderzoek naar het gebruik van beveiligingsmiddelen voor kinderen in België (en de rest van de wereld). Kort samengevat vinden wij de volgende categorieën onmisbaar in ieder onderzoek: de leeftijd en de lengte van het kind, het aantal kinderen in de wagen en het aantal beschikbare beveiligingsmiddelen, de beschikbaarheid van informatie, de relatie gordeldracht bestuurder en kind en de positie van het kind in de wagen.

DownloadPDF icon RA-2004-47.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito