Terug
RapportnummerRA-2005-56
TitelHet inschatten van de eigen vaardigheid van jongeren in het kader van een bijkomende rijopleiding
OndertitelTheoretische omkadering en empirische studie
AuteursBert Willems
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's58
Datum08/03/2005
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Gedrag
Samenvatting

Om in te gaan op de problemen die jonge onervaren bestuurders ondervinden in het verkeer wordt in deze studie gebruik gemaakt van een conceptueel kader dat enerzijds vier hiërarchische gedragsniveaus onderscheidt (‘controleren van de wagen’, ‘beheersen van verkeerssituaties’, ‘doelen en context van de verplaatsing’, en ‘globale levensdoelen’). Anderzijds worden er drie domeinen omschreven die op afzonderlijke aspecten van deze problemen ingaan: basisvaardigheden en basiskennis, kennis en vaardigheden betreffende de risicofactoren, vaardigheden met betrekking tot zelf-evaluatie. Alle gedragsmaatregelen ter bevordering van de verkeersveiligheid (wat betreft de jonge onervaren bestuurders van een wagen) kunnen aan de hand van dit representatieschema met elkaar vergeleken worden.

 

Omdat de basisrijopleiding zich slechts op een beperkt aantal velden richt binnen dit conceptueel kader (terwijl ook de andere velden van belang blijken te zijn) werd de bijkomende rijopleiding uitgewerkt. In deze bijkomende rijopleiding kunnen ook de aspecten die op de hogere niveaus aan bod komen aangeleerd en geoefend worden. Ook kan er in deze context ingegaan worden op kennis en vaardigheden met betrekking tot risicofactoren en zelf-evaluatie.

 

In het kader van een bijkomende rijopleiding werden in samenwerking met Provincie Limburg 437 jongeren ondervraagd over hun deelname. Dit gebeurde zowel voor als na het volgen van de bijkomende rijopleiding. Het onderzoek trachtte een antwoord te formuleren op drie onderzoeksvragen:

  1. Wat is volgens deze jongeren de reden van het feit dat onervaren bestuurders meer betrokken zijn bij verkeersongevallen?
  2. Waarom volgen deze jongeren een bijkomende rijopleiding?
  3. Hoe schatten ze zelf hun eigen vaardigheden in om met gevaarlijke situaties om te kunnen en hoe wordt deze schatting beïnvloed door het volgen van een bijkomende rijopleiding?

Uit het onderzoek bleek ten eerste dat er heel wat risicofactoren zijn voor verkeersongevallen die niet als zodanig door de respondenten herkend werden. Bovendien waren deze oordelen afhankelijk van het geslacht van de ondervraagde. Binnen de bijkomende rijopleiding zou extra aandacht naar deze onderschatte risicofactoren kunnen uitgaan.

 

Ten tweede bleek dat er ook geslachtsverschillen waren in de motivaties om deel te nemen aan de bijkomende rijopleiding. Mannen benadrukten meer het feit dat ze graag met de auto bezig waren terwijl vrouwen meer gemotiveerd werden door de veiligheid van anderen en gevoelens van onzekerheid. De gevonden geslachtsverschillen motiveren een gedifferentieerde aanpak om het volgen van bijkomende rijopleidingen aan te bevelen.

 

Ten slotte gaf de studie aan dat ook de subjectieve vaardigheid door het volgen van de bijkomende rijopleiding beïnvloed werd. Bovendien hing deze invloed af van andere variabelen zoals het geslacht, de rijervaring en het feit of men al dan niet meestal met de eigen wagen reed. Deze informatie wijst op het gevaar om evaluatiestudies enkel te baseren op indirecte verkeersveiligheidindicatoren zoals bijvoorbeeld een verbetering in objectieve rijvaardigheden. Deze studie geeft aan dat zowel objectieve als subjectieve vaardigheden mee in rekening moeten gebracht worden om voorspellingen te kunnen maken wat betreft een veiliger gedrag in het verkeer.

DownloadPDF icon RA-2005-56.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito