Terug
RapportnummerRA-2005-60
TitelDe impact van whiplash ten gevolge van een verkeersongeval op de kwaliteit van het leven
OndertitelEen pilootstudie voor 'de impact van verkeersongevallen op de kwaliteit van het leven'
AuteursEls Inghelbrecht
Bert Willems
Jan Bernheim
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's203
Datum11/05/2005
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)LUC (nu UHasselt)
WerkpakketAndere: Kennis verkeersonveiligheid
Samenvatting

In een vorig rapport van het Steunpunt Verkeersveiligheid (Lammar & Hens, 2003) werd al aangetoond dat de impact van verkeersongevallen op de volksgezondheid aanzienlijk is. In deze studie wordt er verder ingegaan op deze impact. Omdat het van belang is dat niet enkel technisch-medische gevolgen in kaart worden gebracht, zal gebruik gemaakt worden van een meting van de kwaliteit van het leven: een globaal oordeel over de levenskwaliteit dat zowel fysische, psychische als sociale aspecten omvat, en in toenemende mate vereist wordt als voornaamste ‘outcome’ van gezondheidszorg- en sociale interventies. Bovendien zijn niet enkel de gevolgen op korte termijn belangrijk, ook de lange termijngevolgen moeten in rekening gebracht worden. Als onderzochte populatie wordt geopteerd voor whiplashpatiënten. Een whiplash kan in eerste instantie slechts lichte last met zich meebrengen, maar op lange termijn kunnen dergelijke patiënten dikwijls ernstige klachten blijven vertonen die vaak vele maanden of jaren kunnen blijven aanslepen, en invaliderend kunnen zijn.

 

De term whiplash krijgt naargelang van context en ‘school’ verschillende inhouden en betekenissen. Voor dit onderzoek worden vooraf de volgende definities geponeerd:

  1. Whiplash voorval is het voorval waardoor een whiplashletsel kan ontstaan (vaak bij een kop-staart verkeersongeval)
  2. Whiplash verwijst naar het fysiopathologisch mechanisme waardoor een whiplashletsel tot stand kan komen.
  3. Het whiplashletsel is het letsel aan de nek zelf, bvb. nekverstuiking, nekverrekking, …
  4. WAD (whiplash geassocieerde stoornissen) bevatten de klachten en symptomen die optreden ten gevolge van whiplashletsels na een whiplash.

Uit een overzicht van de internationale literatuur blijkt dat whiplashpatiënten een verscheidenheid aan symptomen kunnen vertonen die in de meeste gevallen snel verdwijnen maar in een aanzienlijk deel blijven voortbestaan. Men spreekt van chronische WAD wanneer de pijn of de klachten langer aanslepen dan 6 maanden. Over het aantal whiplashpatiënten dat tot deze laatste groep behoort en over de risicofactoren ervoor bestaat heel wat controverse. Deze controverse wordt enerzijds veroorzaakt door buitenwetenschappelijke factoren (medico-legale factoren, o.a. in verband met schadevergoedingen, invaliditeit en andere motieven voor secundair ziektegewin) maar is anderzijds het gevolg van wetenschappelijke controverse binnen de gezondheidszorggemeenschap. De epidemiologische studies die uitgevoerd zijn om een antwoord te formuleren op deze vragen vertonen immers een veelheid aan methodologische verschillen (definitie van herstel, design van de studie, rekruteringsmethode van patiënten, …), waardoor de conclusies van de betreffende studies nogal kunnen afwijken van elkaar.

 

Ook op het vlak van pathogenetische theorieën worden verschillende modellen voorgesteld die verklaren waarom een groot deel van de whiplashpatiënten klachten en/of pijn blijven ondervinden terwijl de grote meerderheid snel geneest. De modellen kunnen van elkaar onderscheiden worden door het respectievelijke belang dat gehecht wordt aan de fysische, psychische of sociale factoren. Een belangrijk theoretisch model, het biopsychosociaal model, werd opgesteld om rekening te houden met zowel de fysische, de psychische als de sociale factoren. Omdat het de nadruk legt op de gevolgen van een verkeersongeval op de kwaliteit van het leven (een holistische benadering die zowel fysische, psychische als sociale aspecten omvat) kan het huidige onderzoek gekaderd worden binnen dit biopsychosociaal model.

 

Het onderzoek tracht een antwoord te formuleren op drie grote onderzoeksvragen:

  1. Welke factoren spelen een rol in het herstel van whiplashpatiënten? Hierbij zal herstel geformuleerd worden in enerzijds fysische, psychische en functionele termen, maar anderzijds ook in termen van globale subjectieve levenskwaliteit.
  2. Wat is het relatieve belang van verschillende domeinen (fysische, psychische en sociale) op de globale levenskwaliteit? Omdat het relatieve belang van deze verschillende domeinen afhankelijk kan zijn van de mate van herstel, wordt ook deze variabele mee opgenomen in dit onderdeel (herstel gedefinieerd in functionele termen).
  3. Welke invloed heeft het whiplashletsel ten gevolge van een verkeersongeval op de globale subjectieve kwaliteit van het leven? Hierbij wordt deze invloed wederom bepaald in functie van de mate van herstel (waarbij herstel gedefinieerd wordt in fysische, psychische en functionele termen).

Binnen het onderzoek worden twee onderzoeksgroepen bestudeerd. De personen uit onderzoeksgroep 1 worden gerekruteerd uit de dienst spoedgevallen van het Akademisch Ziekenhuis van de VUB en bestaan uit whiplashpatiënten die 10 tot 26 maanden voor het onderzoek een whiplashletsel opgelopen hebben ten gevolge van een verkeersongeval. Velen van hen zijn hersteld, en de andere hebben blijvende klachten van wisselende ernst. De personen uit onderzoeksgroep 2 worden gerekruteerd via de vzw Whiplash en bestaan vrijwel geheel uit whiplashpatiënten die voor hun aanslepende klachten hulp hebben gezocht bij deze vereniging.

 

Alle personen uit de twee onderzoeksgroepen worden gevraagd enkele vragenlijsten in te vullen. De informatie die zo verkregen wordt, is ingedeeld in informatie over hun herstel (uitkomstvariabelen) en informatie over mogelijke factoren die verband houden met dit herstel (verklarende variabelen). De uitkomstvariabelen omvatten de fysische toestand, de psychische toestand, de functionele toestand en de globale subjectieve kwaliteit van het leven. De verklarende variabelen omvatten socio-demografische gegevens, ongevalgerelateerde factoren, de biopsychosociale toestand op het moment van het onderzoek, persoonlijkheidsfactoren en diverse dimensies binnen de kwaliteit van het leven.

 

De resultaten met betrekking tot de eerste onderzoeksvraag (factoren van herstel) geven aan dat er niet veel verbanden zijn tussen het herstel van de whiplashpatiënt en de mogelijke risicofactoren die in dit onderzoek bevraagd worden. Bovendien verschillen de verbanden naargelang van de bestudeerde populatie (onderzoeksgroep 1 en onderzoeksgroep 2) en naargelang van de manier waarop herstel gedefinieerd wordt (fysisch herstel, psychisch herstel, functioneel herstel, herstel in termen van globale levenskwaliteit).

 

De resultaten met betrekking tot de tweede onderzoeksvraag (relatief belang van fysisch, functioneel en psychisch herstel op de globale levenskwaliteit) geven aan dat het relatieve belang van de verschillende factoren die de globale levenskwaliteit bepalen opnieuw verschillend is naargelang van de rekruteringsmethode en naargelang van de mate van herstel (in functionele termen).

 

De resultaten met betrekking tot de derde onderzoeksvraag (impact van whiplashletsel op de globale levenskwaliteit) geven aan dat een whiplashletsel een aanzienlijke impact kan hebben op de globale levenskwaliteit, die uiteraard sterk samenhangt met de mate van herstel. Deze negatieve invloed van hun whiplashletsel op de globale levenskwaliteit (namelijk een beduidend lagere globale levenskwaliteit op het moment van het onderzoek in vergelijking met de globale levenskwaliteit in de periode voor het ongeval) is sterker aanwezig binnen onderzoeksgroep 2. Binnen onderzoeksgroep 1 vertonen echter degenen die psychisch niet hersteld zijn ook een lagere globale levenskwaliteit na het whiplashletsel.

 

De resultaten worden tenslotte besproken met betrekking tot de epidemiologische studies die al uitgevoerd werden en binnen het kader van het biopsychosociaal model. Verder worden op basis van deze studie met een geselecteerde pathologie enkele aanbevelingen geformuleerd die globaal aangeven welke maatregelen gewenst zijn om de impact van alle verkeersongevallen op de volksgezondheid na te gaan (los van de geselecteerde pathologie). Vooral het belang van de globale levenskwaliteit als meting van deze volksgezondheid en het belang van de gevolgen op lange termijn worden hierin benadrukt.

DownloadPDF icon RA-2005-60.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito