Terug
RapportnummerRA-2006-82
TitelGebruik van beveiligingsmiddelen voor kinderen in de wagen
OndertitelObservaties in Vlaanderen
AuteursLara Vesentini
Bert Willems
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's47
Datum24/04/2006
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Gedrag
Samenvatting

Om het aantal (dodelijk) gewonde kinderen in het verkeer te verminderen is het belangrijk dat kinderen in geschikte beveiligingsmiddelen worden vervoerd. Het is bewezen dat deze beveiligingsmiddelen effectief zijn in het voorkomen van dood en letsels bij kinderen. De effectiviteit wordt echter wel verminderd bij o.a. incorrect gebruik en gebruik van een niet geschikt beveiligingsmiddel.
 

In het verleden is in België reeds bepaald in welke mate kinderen worden beveiligd, maar deze onderzoeken kunnen niet in kaart brengen hoeveel kinderen worden vastgemaakt met beveiligingsmiddelen conform hun leeftijd, gewicht en lengte. Ook kan uit deze onderzoeken niet worden afgeleid hoe vaak de schoudergordel onder de arm of achter de rug wordt geplaatst. Zoals reeds aangehaald is dit echter wel belangrijk om te weten, want gebruik van een niet geschikt beveiligingsmiddel en/of de schoudergordel onder de arm of achter de rug plaatsen verhoogt het risico op letsel.
 

Daarom zijn, uit 780 auto’s, in totaal 1376 kinderen geobserveerd op 30 verschillende locaties (deel bij scholen, deels bij recreatiegebieden). Bij de observatie is genoteerd of kinderen beveiligd worden vervoerd en zo ja, met welk type beveiligingsmiddel. Eveneens heeft men gekeken of de schoudergordel van het kind onder de arm of achter de rug is geplaatst. Ook de positie van het kind in de wagen (voorin of achterin) is vastgesteld. Vervolgens is ook de gordeldracht van de bestuurder geobserveerd. Tot slot, na/tijdens het observeren, is de bestuurder aangesproken en gevraagd naar de leeftijd, lengte en gewicht van het kind en naar de duur van de rit.
 

Kinderen worden meer beveiligd indien de bestuurder ook beveiligd is, de rit minder dan een uur lang is, de kinderen jonger zijn, de kinderen voorin zitten, naar een recreatiegebied gereden wordt en indien er minder dan 5 kinderen in de auto zitten. Tevens komt naar voren dat bijna 37% van de kinderen tussen 0 en 12 jaar los in de wagen wordt vervoerd en meer dan de helft van de kinderen die wel beveiligd zijn, wordt met een ongeschikt beveiligingsmiddel vervoerd! Door 21.12% van de kinderen wordt de schoudergordel onder de arm of achter de rug geplaatst. De schoudergordel wordt meer fout gedragen als kinderen niet op het geschikte beveiligingsmiddel zitten volgens leeftijd, gewicht of lengte. Vooral de leeftijdsgroep van 7 tot 9 jarigen presteren slecht op mate van beveiliging alsook op ongeschikt gebruik op basis van leeftijd, gewicht en lengte.
 

Op basis van dit onderzoek kan niet bepaald worden of het aantal inzittenden in de auto van invloed is op de beveiliging van het kind, daar enkel het aantal kinderen in de auto bekend is.
 

Er wordt aanbevolen om de criteria voor het gebruik van beveiligingsmiddelen aan te passen. Lengte dient mee opgenomen te worden in de criteria. Meer duidelijkheid is echter nodig om de juiste lengtecriteria vast te stellen, met name een maximumlengte voor het achterwaarts kinderzitje/minimumlengte voor het voorwaarts kinderzitje en een maximumlengte voor het verhogingskussen/minimumlengte voor de gordel. Tevens wordt aanbevolen de EU richtlijn 2003/20/EG te volgen, waardoor er ook meer consistentie bestaat tussen aanbeveling en wetgeving. Omdat veel kinderen met een ongeschikt beveiligingsmiddel worden vervoerd, is het belangrijk dat voorlichtingscampagnes zich hier op richten. Vooral 7 tot 9 jarigen verdienen hierbij extra aandacht. Ook dienen deze aan te geven dat kinderen altijd beveiligd dienen te worden, ongeacht het doel van de verplaatsing. Kinderen worden namelijk minder beveiligd bij verplaatsingen naar school dan bij recreatieve verplaatsingen.

DownloadPDF icon RA-2006-82.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito