Terug
RapportnummerRA-2006-90
TitelEffectiviteit van onbemande camera's
OndertitelData uit vijf politiezones
AuteursErik Nuyts
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's34
Datum29/06/2006
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Infrastructuur en ruimte
Samenvatting

Eerder had het Steunpunt Verkeersveiligheid een onderzoek naar het effect van onbemande camera’s op de verkeersveiligheid berekend op basis van 3 wegassen in één politiezone, met een na-periode van één jaar (Nuyts, 2004). Dit onderzoek is nu uitgebreid voor 11 wegassen uit drie politiezones, met na-periodes tot 3 jaar. Bovendien worden de resultaten vergeleken met die van twee andere politiezones waar onbemande camera’s gebruikt zijn in combinatie met andere maatregelen. Daarom geven de huidige conclusies een beter beeld van de Vlaamse situatie dan het rapport uit 2004.

 

De effectiviteit is berekend rekening houdend met regressie naar het gemiddelde en met de algemene ongevallentrend. Correcties zijn gebeurd met behulp van een vergelijkingsgroep.

  • De beste schatting van het effect van deze Vlaamse onbemande camera’s is een significante reductie van alle ongevallen, inclusief ongevallen met uitsluitend materiële schade met 20% à 21%. Deze reductie sluit aan bij de internationaal gepubliceerde cijfers.
  • Het effect van deze Vlaamse onbemande camera’s op letselongevallen is minder uitgesproken: een niet-significante reductie van 7% à 9%. Vlaanderen zit hiermee aan de lage kant van de internationale cijfers.
  • In tegenstelling tot de internationale cijfers vinden we minder effect voor de letselongevallen dan voor alle ongevallen, inclusief ongevallen met enkel materiële schade.
  • Het effect van camera’s die nooit gehomologeerd waren, maar waar een bord met dynamische snelheidsinformatie met “U rijdt te snel” staat, is zeker even groot als die van de locaties waar de camera’s wel flitsen. Dat dreiging van camera’s op zich reeds effect kan hebben wordt internationaal ondersteund.
     

Met behulp van regressieanalyses en rangcorrelaties is geprobeerd om richtlijnen te zoeken onder welke omstandigheden onbemande camera’s het meest effectief zijn.

  • We vinden voor Vlaanderen dat onbemande camera’s effectiever zijn voor letselongevallen als ze dichter bij elkaar staan. Het is dus effectiever om een redelijk aantal camera’s voldoende dicht bij elkaar op een rij te zetten. De data lieten niet toe om een optimale afstand te vinden tussen onbemande camera’s. Het beleidsvoorstel is om niet te werken met geïsoleerde camera’s, maar met een as van camera’s voldoende dicht bij elkaar.
  • Internationaal vindt men dat snelheidscamera’s het meeste effect hebben bij wegen waar het aantal ongevallen hoger lag dan het gemiddelde van hun type, en met een minimum van 0.5 ongevallen per jaar. Voor Vlaanderen vinden we geen trend.
  • We vinden geen indicatie dat onbemande camera’s minder effectief worden als ze al langer op een locatie staan. In die zin zijn onbemande camera’s een blijvend effectieve investering. We vinden echter evenmin dat ze steeds effectiever zouden worden.
     

Voor één politiezone hebben we analyses uitgevoerd op het niveau van kruispunten i.p.v. op het niveau van wegassen. We beschikten over twee datasets, elk met zijn eigen beperkingen. Eén dataset op basis van een grotere vergelijkingsgroep getrokken uit het lokale databestand, met beperkte zekerheid over de exacte locatie van ongevallen. En een tweede met een kleinere vergelijkingsgroep op basis van meer exacte informatie uit de processen verbaal. De resultaten van analyses op beide datasets ondersteunen elkaar niet. Gezien de beperkte gegevens in beide gevallen, kunnen geen beleidsconclusies getrokken worden. Dit toont nog maar eens de noodzaak aan om op een uniforme en gedetailleerde manier gegevens te bewaren.

DownloadPDF icon RA-2006-90.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito