Terug
RapportnummerRA-2006-91
TitelOngevalbetrokkenheid van jongeren
OndertitelDeel I - Internationale literatuurstudie naar oorzakelijke en/of bijdragende factoren
AuteursKenny Bos
An Dreesen
Bert Willems
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's41
Datum30/08/2006
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Gedrag
Samenvatting

Jongeren vertonen hogere risico’s op een verkeersongeval dan de rest van de bevolking. Men kan verwachten dat door hun gebrek aan rijervaring en door het feit dat jongeren er globaal genomen een andere rijstijl op na houden, ze hierdoor ook in andere types van ongevallen terechtkomen dan oudere bestuurders.

 

In dit rapport worden aan de hand van een literatuurstudie verschillende types ongevallen bestudeerd, die typisch zijn voor jonge onervaren bestuurders. Op die manier kunnen we te weten komen welke factoren bijdragen aan hun verhoogd ongevalrisico.

 

Een eerste contribuerende factor die in de literatuur wordt beschreven is het alcoholgebruik van de bestuurder. Zo blijken jongeren een hoger risico te lopen na het drinken van alcohol.

 

Er blijkt eveneens een invloed te zijn van het tijdstip waarop een jongere rijdt. Zo zijn vooral nachten en weekends gevaarlijk voor de jonge bestuurder. Ook de combinatie van deze twee tijdstippen –de in de media vaak aangehaalde weekendnacht-, is een bijzonder gevaarlijk moment voor een jonge automobilist om zich op de weg te begeven. Om dit verhoogd ongevalrisico te verklaren worden verklaringen uit de literatuur aangehaald.

 

Ook omgevingsfactoren werden onderzocht. Hier blijkt echter nog maar weinig onderzoek naar gebeurd te zijn, wat het moeilijk maakt conclusies te trekken over de invloed van de omgeving op de ongevalbetrokkenheid van jongeren.

 

Een sociale factor die een belangrijke rol speelt in de ongevalbetrokkenheid van jongeren is de aanwezigheid van passagiers in het voertuig. Zo blijken jongeren een hoger risico te lopen indien passagiers aanwezig zijn, terwijl dit voor oudere bestuurders net veiliger is. Dit effect werkt bovendien trapsgewijs: hoe meer passagiers er aanwezig zijn, hoe onveiliger het wordt voor jongeren. Dit blijkt evenwel enkel te gelden indien de passagiers leeftijdsgenoten zijn, en in het bijzonder wanneer dit mannelijke tieners zijn.

 

Vanuit de literatuur zijn er verschillende verklaringen voor dit effect aangebracht. De meest sluitende verklaring ligt in de specifieke sociale interacties tussen bestuurder en passagier(s). Jongeren zullen sneller overgaan tot risicogedrag om ‘stoer’ over te komen bij leeftijdsgenoten in de wagen, terwijl ouderen eerder geneigd zijn veiliger te rijden in aanwezigheid van passagiers.

 

Wat betreft specifieke ongevaltypes, blijken jonge bestuurders vaak betrokken te zijn bij eenzijdige ongevallen. Ook zijn jongeren vaker betrokken in ongevallen met zwaargewonden en doden. Dit is vooral voor jonge mannen het geval.

 

Aansluitend bij het literatuuroverzicht worden tevens enkele aanbevelingen gedaan voor verder onderzoek. Bovendien dienen de factoren, gevonden in deze literatuurstudie, als uitgangspunt om de situatie in Vlaanderen te bestuderen. In het tweede deel van dit rapport (Dreesen, Bos, & Willems, 2006) wordt nagegaan in welke types ongevallen Vlaamse jongeren betrokken zijn, en wordt de situatie in Vlaanderen teruggekoppeld aan de internationale literatuur.

DownloadPDF icon RA-2006-91.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito