Terug
RapportnummerRA-2006-94
TitelHaalbaarheidsstudie voor de correctie van de ongevallengegevens
OndertitelEindrapport
AuteursPascal Lammar
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's122
Datum05/09/2006
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)VUB
WerkpakketAndere: Kennis verkeersonveiligheid
Samenvatting

In dit rapport wordt aangetoond dat het probleem van onderregistratie van het aantal verkeersslachtoffers zowel een nationaal als internationaal probleem is. Om een beeld te krijgen van deze onderregistratie worden in het buitenland diverse informatiebronnen gebruikt. Rekening houdend met de buitenlandse initiatieven en resultaten werd in België nagegaan welke secundaire informatiebronnen nuttig zijn in dit verband. Volgende secundaire informatiebronnen werden geïdentificeerd: medische bestanden (ziekenhuizen, ambulance, MUG, dienst 100, huisartsen), verzekeringsmaatschappijen, mutualiteiten, enquêtes en lokale politiecijfers. Vooraleer getracht werd een beeld te verkrijgen van het ‘werkelijk’ aantal verkeersslachtoffers wordt ingegaan op de factoren die aan de basis liggen van deze onderregistratie, waaronder de registratieprocedure en op het probleem van de misclassificatie, eveneens gerelateerd aan de registratieprocedure. Na bespreking van de verschillende secundaire informatiebronnen die in binnen– en buitenland gebruikt worden, wordt ingegaan op het gebruik van letselpyramides en worden de belangrijkste resultaten van nationale en internationale studies ter bepaling van de registratiegraad behandeld.

 

Voor wat betreft het aantal verkeersdoden zijn de politiegegevens vrij betrouwbaar op voorwaarde dat een goede communicatie tot stand wordt gebracht tussen politie en ziekenhuizen voor verkeersslachtoffers die in het ziekenhuis overlijden binnen de 30 dagen.

 

Op dit moment zijn de Minimale Klinische Gegevens de beste bron om een beeld te verkrijgen van het aantal ernstig gewonde verkeersslachtoffers. Een voorwaarde is dat de E-codering consequent wordt gebruikt.

 

De gezondheidsenquêtes geven op regelmatige basis (drie/vierjaarlijks) een beeld van het aantal verkeersongevallen bij de algemene bevolking en vormen zo momenteel de beste bron om een beeld te krijgen van het totaal aantal verkeersslachtoffers. Om hieruit gedetailleerde ophoogfactoren te kunnen berekenen (o.m. naar leeftijd en vervoerwijze) is de steekproef echter te beperkt. Op basis van de meest geschikte Belgische informatiebronnen werd vervolgens een inschatting gemaakt van het aantal verkeersdoden, ernstig gewonde verkeersslachtoffers, licht gewonde verkeersslachtoffers, totaal aantal verkeersslachtoffers en het aantal ongevallen met uitsluitend materiële schade. De ophoogfactoren werden berekend op basis van volgende registratiegraden: 92% voor verkeersdoden, 48% voor ernstig gewonde verkeersslachtoffers, 35,6% (België) en 31,7% (Vlaanderen) voor het aantal verkeersslachtoffers (zonder doden). Hieruit werd dan een registratiegraad bekomen voor licht gewonde verkeersslachtoffers van 34,5% (België) en 30,4% (Vlaanderen) en van 35,9% (België) en 31,9% (Vlaanderen) voor het totaal aantal verkeersslachtoffers (inclusief doden).

DownloadPDF icon RA-2006-94.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito