Terug
RapportnummerRA-2006-96
TitelVerkeersgetuigen
OndertitelLiteratuurstudie over confronterende voorlichting
AuteursKarin Van Vlierden
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's46
Datum29/09/2006
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Gedrag
Samenvatting

Het project Verkeersgetuigen werd opgezet door de Provincie Limburg, in samenwerking met de Provinciale Hogeschool Limburg en ondersteund door de Mobiliteitscel van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. In het project worden jongeren van de derde graad van het secundair onderwijs blootgesteld aan getuigenissen van verkeersslachtoffers die aan hun ongeval een handicap hebben overgehouden. Deze slachtoffers komen in de klas vertellen over het ongeval en de impact ervan op hun leven. Na afloop van hun getuigenis krijgen de jongeren gelegenheid om vragen te stellen of met de getuigen een gesprek aan te knopen.

 

In het buitenland worden of werden in het verleden gelijkaardige projecten uitgevoerd. In Nederland volgt men ongeveer dezelfde werkwijze in het project Traffic Informers. Dit wordt er vaak gecombineerd met andere voorlichtingsprojecten. Soms worden de getuigenissen van verkeersslachtoffers opgenomen in een road show. Hierin wordt meer nadruk gelegd op het aandacht trekken door showelementen zoals luide muziek en confronterende filmpjes. In de Verenigde Staten worden verkeersslachtoffers ingezet in Victim Impact Panels. Dit zijn eveneens getuigenissen over de impact van verkeersongevallen op slachtoffers en nabestaanden. Primaire doelgroep is hier echter de groep van bestuurders die werd veroordeeld voor het rijden onder invloed. Pas in tweede instantie werden ze ook ingericht voor het voorlichten van jongeren. In het Verenigd Koninkrijk maakt men gebruik van theatervoorstellingen om jongeren te wijzen op de gevolgen van risicogedrag in het verkeer. Minder directe getuigenissen van slachtoffers vinden we in Zweden en Australië, waar ze getoond worden in televisiefilmpjes en op DVD.

 

Educatie kan gebeuren op een rationele manier, waarbij door middel van beredeneerde en logische argumenten informatie wordt doorgegeven. Projecten zoals Verkeersgetuigen gaan echter verder dan het louter doorgeven van informatie. Er wordt beroep gedaan op emoties, waarbij verondersteld wordt dat de toehoorders hun latere beslissingen zullen baseren op deze emoties in plaats van of bovenop het rationeel geleerde. Deze soort voorlichting noemen we confronterende voorlichting. Ze bestaat uit voorstellingen die confronteren met de gevolgen van risicogedrag en die een shockerend effect hebben op de ontvanger van de boodschap.

 

De meest bestudeerde emotie in het kader van confronterende voorlichting is angst. Aan angstaanjagende voorlichting is heel wat onderzoek gewijd. Er bestaan diverse modellen die de werkingsmechanismen van deze soort voorlichting beschrijven. Angst treedt op wanneer de toehoorders zich voorstellen welke gevolgen hun gedrag kan hebben voor hun eigen leven en gezondheid. Andere gevoelens die worden aangesproken in confronterende voorlichting zijn schuldgevoel en spijt. Wanneer een onschuldig slachtoffer van een verkeersongeval getuigt over de invloed van dat ongeval op zijn verdere leven, worden toehoorders ertoe aangezet na te denken over mogelijke gevolgen voor anderen van hun eigen risicogedrag. Het zijn dus vooral de geanticipeerde vormen van schuld en spijt waarop in dat geval beroep wordt gedaan. In sommige gevallen kunnen we de verkeersgetuigen ook zien als een soort rolmodel voor de jongeren aan wie ze hun verhaal vertellen. Ze brengen over welk verkeersgedrag gepast is en vooral welk ongepast en risicovol is. Jongeren worden aangezet zichzelf als het ware met de getuigen te vergelijken en te leren uit de gevolgen die deze laatste aan den lijve ondervonden hebben.

 

Op basis van de literatuur over angstaanjagende voorlichting en andere invalshoeken voor confronterende voorlichting, kunnen een aantal richtlijnen gegeven worden waarmee men best rekening houdt bij toepassing van confronterende voorlichting.

 

Een project zoals Verkeersgetuigen wordt ten slotte geëvalueerd. Ook hiervoor zijn er verschillende invalshoeken. Of het uiteindelijke doel van het project – dat jongeren zich in de toekomst veiliger gedragen in het verkeer, waardoor ongevallen vermeden worden – bereikt werd, is moeilijk te beoordelen. Het is immers bijna onmogelijk om het latere verkeersgedrag te linken aan de voorlichting die nu gegeven wordt. Wat wel bevraagd kan worden zijn de gevoelens die door het project worden losgeweekt, de attitudes tegenover veilig gedrag die er eventueel door beïnvloed worden en het voorgenomen verkeersgedrag voor de toekomst. Door het bevragen van de opgeroepen gevoelens en het effect ervan op de jongeren groeit bovendien inzicht over de mechanismen die door het project in gang worden gezet. Andere invalshoeken voor evaluatie zijn die waarbij de betrokken jongeren hun mening geven over het voorlichtingsconcept en die waarbij de getuigen zelf aan het woord komen.

DownloadPDF icon RA-2006-96.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito