Terug
RapportnummerRA-2007-107
TitelDrugs en medicijnen in het verkeer
OndertitelLiteratuurstudie
AuteursKarin Van Vlierden
Pascal Lammar
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's132
Datum17/01/2007
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL, VUB
WerkpakketAndere: Gedrag
Samenvatting

Drugs en medicijnen in het verkeer

Bij bestuurders zijn cannabis en opiaten het meest voorkomend van de illegale drugs, terwijl benzodiazepines de meest voorkomende geneesmiddelen zijn. Bestuurders combineren geregeld drugs en geneesmiddelen onderling en met alcohol. Cannabis, benzodiazepines en alcohol komen het meest voor in combinatie.
 

Op basis van de huidige kennis kan gesteld worden dat cannabisgebruik een risico betekent voor de verkeersveiligheid, op zijn minst tijdens de eerste uren na gebruik. Cocaïne, heroïne en hallucinogenen hebben een duidelijke invloed op de rijvaardigheid. Niet alle studies blijken significant verhoogde risico’s te vinden bij gebruik van amfetamines en ecstasy. Dit zou deels kunnen samenhangen met het gebruik van lagere dosissen in experimentele studies.
 

De voorgeschreven medicijnen die het meest geassocieerd worden met beïnvloeding van de rijvaardigheid en verkeersongevallen blijken benzodiazepines (vooral deze met lange werkingsduur), cyclische antidepressiva en opioide analgetica te zijn. Het gebruik van slaap- en kalmeermiddelen blijkt een duidelijk risico in te houden voor de rijvaardigheid en ongevalbetrokkenheid. De meeste beta-blokkers en centrale stimulantia houden geen of weinig risico’s in voor de rijvaardigheid. Er is een belangrijk gebrek aan informatie betreffende de effecten van neuroleptica op het rijgedrag. Toch kan aangenomen worden dat ze op basis van hun effecten de rijvaardigheid beïnvloeden. Vooral de eerste en tweede generatie antihistaminica kunnen de rijvaardigheid significant beïnvloeden. De verschillende onderzoeken naar de effecten van analgetica en antitussiva op de rijvaardigheid en ongevalbetrokkenheid zijn niet eenduidig. Bepaalde effecten zijn te verwachten, maar toediening van stabiele dosissen zou weinig effecten op de rijvaardigheid veroorzaken. Problemen bij het rijden zijn voornamelijk te verwachten bij het starten van een behandeling, bij het wijzigen van de dosis en bij combinatie met andere substanties. Antidepressiva kunnen de rijvaardigheid negatief beïnvloeden, zeker bij het starten van de behandeling, en vormen een risico om in een ongeval betrokken te raken. Dit potentieel is het grootst bij de sedatieve antidepressiva. Enkel onder stricte voorwaarden zouden epilepsie- en diabetes-patiënten een voertuig mogen besturen, gezien de belangrijke risico’s voor de rijvaardigheid.
 

Combinatie van drugs/medicijnen en alcohol is absoluut te vermijden, evenals combinaties van drugs en medicijnen onderling, aangezien deze steeds aanleiding geven tot verhoogde risico’s op letsel in verkeersongevallen en tot verhoogde schuld aan het ongeval. De risico’s blijken toe te nemen naarmate meer substanties gecombineerd ingenomen worden.
 

Wegens het hoge risico en de hoge prevalentie verdienen benzodiazepines en cannabis in combinatie met alcohol beleidsmatig bijzondere aandacht.
 

Risicogroepen en motieven

Rijden onder invloed van drugs wordt het meest vastgesteld bij jonge mannen, zware druggebruikers, bezoekers van dansgelegenheden en fuiven, cannabisgebruikers in vergelijking met gebruikers van andere drugs, vrachtwagen- en busbestuurders. Rijden na het gebruik van medicijnen concentreert zich bij oudere mannen en vrouwen. Ook laag opgeleiden combineren vaak middelengebruik en rijden.
 

Bestuurders die geloven dat drugs of medicijnen hun rijvaardigheid niet negatief beïnvloeden of die het naleven van de wetgeving terzake niet belangrijk vinden, zijn meer geneigd te rijden na gebruik van deze middelen. De gepercipieerde pakkans voor het rijden onder invloed van drugs en medicijnen speelt een heel belangrijke rol in het stellen van dit gedrag. Voor sommige bestuurders zijn drug- of medicijngebruik een inherent deel van hun leven, waardoor de combinatie met het besturen van een voertuig onvermijdelijk wordt. Ook voor degenen die drugs in de wagen gebruiken, is het daaropvolgend rijden een logisch gevolg. Sociale factoren kunnen bijdragen aan het rijden onder invloed, in de vorm van goedkeuring van zowel druggebruik als rijden onder invloed ervan door de sociale groep waartoe een bestuurder behoort. Rijden onder invloed van drugs of medicijnen kan ook een uiting zijn van de persoonlijkheid van een bestuurder. Indien hij hoog scoort op de persoonlijkheidstrek sensatie zoeken, gaat hij op zoek naar allerhande uitdagingen. Rijden onder invloed kan er daar één van zijn.
 

Preventie van rijden onder invloed van drugs en medicijnen

Bovenstaande risicogroepen en motieven geven aanduidingen van mogelijke preventieve maatregelen en strategieën. Zowel educatie, handhaving als technische hulpmiddelen zijn hierbij aan de orde. In de literatuur blijkt bijzonder veel nadruk te liggen op de verhoging van de pakkans voor rijden onder invloed van drugs en medicijnen door middel van aselecte controles langs de weg.
 

Om zulke controles te kunnen uitvoeren, zijn specifieke wettelijke bepalingen noodzakelijk. Internationaal wordt de wetgeving met betrekking tot rijden onder invloed van drugs en medicijnen vanuit verschillende invalshoeken benaderd. De ene vertrekt vanuit het beoordelen van het gedrag van een bestuurder, de andere baseert zich op het opsporen van verboden middelen in lichaamsvloeistoffen. We kaderen de wetgeving in België in die benaderingen en bespreken bovendien de middelen die politiediensten ter beschikking hebben om naleving van de wettelijke bepalingen te controleren.
 

Opdat wetgeving met betrekking tot drugs en medicijnen in het verkeer een gedragsverandering teweeg brengt bij bestuurders, moet er draagvlak voor bestaan bij een groot deel van hen. Ook voor controles in het kader van die wetgeving is het draagvlak – zowel bij de bestuurders die eraan onderworpen worden als bij de politie die ze moet uitvoeren – best zo groot mogelijk. Het draagvlak voor wetgeving en handhaving kan vergroot worden door educatie en door het ter beschikking stellen van eenvoudige, goed geaccepteerde en accurate controlemiddelen.

DownloadPDF icon RA-2007-107.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito