Terug
RapportnummerRA-2007-113
TitelIn tijd beperkt inhaalverbod voor vrachtwagens op autosnelwegen
OndertitelEffectiviteit op het aantal letselongevallen
AuteursFrank Van Geirt
Erik Nuyts
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's63
Datum09/03/2007
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Infrastructuur en ruimte
Samenvatting

In dit rapport wordt een overzicht gegeven van het effect van een inhaalverbod voor vrachtwagens op autosnelwegen op de verkeersveiligheid. Hiervoor is enerzijds een literatuuroverzicht uitgevoerd, en anderzijds zijn de op dat ogenblik beschikbare data geanalyseerd.
 

De internationale literatuurstudie laat niet toe een éénduidige conclusie te trekken of een inhaalverbod voor vrachtwagens op autosnelwegen een positief of negatief effect heeft op de verkeersveiligheid. De gemiddelde snelheid van vrachtwagens neemt af, de gemiddelde snelheid van personenwagens en van de globale verkeerstroom kan zowel afnemen als toenemen. Ook de volgtijden gaan verschillende richtingen uit afhankelijk van de studie. Uit verschillende studies komt een homogener beeld van de globale verkeerstroom naar boven. Uit verschillende studies komt een homogener beeld van de algemene verkeerstroom naar boven. Anderzijds verhoogt het aantal inhaalbewegingen van personenwagens alsook de snelheidsvariatie tussen vrachtwagens en personenwagens. In hoeverre deze effecten elkaar opheffen voor de verkeersveiligheid is niet duidelijk.
 

Het effect van de maatregel op het aantal ongevallen vertoont een wisselend resultaat, gaande van een daling tot een stijging van het aantal ongevallen. Slechts één studie vond één statistisch significante daling van het aantal ongevallen op een locatie.
 

Het doel van deze studie was ook om een effectiviteit van de maatregel te bepalen op het aantal ongevallen op Vlaamse autosnelwegen. De effectiviteit werd berekend volgens de methodiek uitgewerkt door Hauer (1997), rekening houdend met de algemene ongevallentrend en met regressie naar het gemiddelde. Correctie voor deze beide factoren gebeurt aan de hand van een vergelijkingsgroep. Het aantal ongevallen van deze vergelijkingsgroep werd berekend door een speciaal voor deze studie ontworpen risicomodel. Dit model is gebaseerd op alle letselongevallen tussen 6-10u en 16-19u. Omdat het mogelijk is dat het inhaalverbod voor vrachtwagens ook het aantal ongevallen beïnvloed waar vrachtwagens niet rechtstreeks bij betrokken zijn (bv. door een homogenere snelheid voor personenwagens te veroorzaken) zijn alle letselongevallen in de analyse opgenomen. Mogelijke problemen met de dispersiefactor van het model zijn opgevangen door sensitiviteitsanalyses te doen voor deze dispersiefactor.
 

De berekende resultaten hebben echter een belangrijke beperking. De na-periode bestrijkt slechts één jaar. Hierdoor is het aantal ongevallen in de na-periode ook beperkt. Bovendien speelt het toeval ook meer bij een berekening met slechts één jaar. Toevallig hoge of lage ongevalsaantallen kunnen niet uitgevlakt worden door een tweede jaar. Hierdoor moeten de resultaten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.
 

Algemeen kunnen we concluderen dat het effect van de maatregel sterk afhankelijk is van de locatie. Op de linksegmenten van één locatie vinden we één statistisch significante daling van het aantal ongevallen met 82%. Op de opritsegmenten van twee locaties vinden we een statistisch significante daling van het aantal ongevallen met 78-82%. Op de 42 andere segmenten zijn geen significante resultaten gevonden. Het geschatte effect varieerde van een daling van het aantal letselongevallen van 85% tot een stijging met 175%. Bij de meeste resultaten is het betrouwbaarheidsinterval echter zo groot, dat stijgingen noch dalingen statistisch significant waren.
 

Met behulp van een meta-analyse kunnen we de resultaten van verschillende locaties samen nemen. Hoewel geen van de ongevalsstijgingen op zich significant was, blijken de stijgingen wel te overwegen in de meta-analyse. De meta-analyse van de linksegmenten geeft een statistisch significante stijging van het aantal ongevallen met 36%. De meta-analyse van de opritsegmenten geeft een statistisch significante stijging van het aantal ongevallen met 47%.
 

Voor de afritsegmenten dienen we rekening te houden met de dispersiefactor. Een dispersiefactor wordt niet gevonden tijdens het modelleringproces. Een sensitiviteitsanalyse van de dispersiefactor leverde ongevalsstijgingen op van 63% tot 30%. De grootste stijgingen waren statistisch significant.
 

We besluiten dat een invoering van een inhaalverbod voor vrachtwagens op autosnelwegen sterk afhankelijk is van de locatie. Er spelen dus nog extra factoren mee die het effect op de verkeersveiligheid bepalen. Dit kunnen wegkenmerken zijn, maar ook andere tot op heden niet geïdentificeerde menselijke en omgevingsfactoren. Een beperkt aantal locaties geeft een positief resultaat maar op basis van de meta-analyses kunnen we zeker niet besluiten dat de maatregel globaal een positieve invloed heeft op de verkeersveiligheid.
 

Aangezien op sommige locaties de maatregel een positief effect vertoont op het aantal ongevallen, wordt echter een afschaffing van de maatregel op die plaatsen zeker niet aanbevolen. Verder onderzoek – met meer gegevens – zal een duidelijkere kijk moeten geven op het type locatie waar de maatregel al dan niet toegepast kan en mag worden.
 

De na-periode van dit onderzoek is kort, slechts één jaar. Dat maakt de resultaten van dit onderzoek nog beperkt. Nochtans kunnen we uit dit onderzoek, gecombineerd met resultaten uit andere (inter)nationale studies, toch concluderen dat het inhaalverbod voor vrachtwagens op autosnelwegen een maatregel is die met enige voorzichtigheid moet worden gehanteerd. Het is een maatregel die niet op elke locatie of elk wegsegment zijn nut bewijst. Afhankelijk van de locatie kan het aantal letselongevallen stijgen of dalen. Een algemene invoering van de maatregel op alle autosnelwegen wordt bijgevolg afgeraden vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid.
 

Als voldoende gegevens beschikbaar zijn, moet dit onderzoek zeker uitgebreid worden. Nieuwe data kunnen het aantal segmenten met een inhaalverbod verhogen en de na-periode van de nu al gebruikte segmenten verlengen. Dergelijke uitbreiding zou ook toelaten om te onderzoeken onder welke infrastructurele randvoorwaarden het inhaalverbod de verkeersveiligheid verhoogt of verlaagt.

DownloadPDF icon RA-2007-113.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito