Terug
RapportnummerRA-2007-117
TitelObservatie van verkeersconflicten in Vlaanderen
OndertitelResultaten van een proefproject op 2 kruispunten
AuteursGrete Gysen
Ann Petermans
Marjolein de Jong
Stijn Daniels
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's71
Datum05/11/2007
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Universiteit Hasselt
WerkpakketAndere: Infrastructuur en ruimte
Samenvatting

Het analyseren van de verkeers(on)veiligheid gebeurt tot nu toe enkel op basis van ongevallencijfers. Ongevallengegevens bevatten slechts informatie over de geregistreerde ongevallen. In een aantal situaties vinden er echter maar weinig ongevallen plaats, waardoor de tijd die nodig is om voor statistische analyses voldoende ongevallen te verzamelen vaak te lang wordt. Voor kleinschalig onderzoek binnen de bebouwde kom is het dikwijls niet mogelijk om op basis van de ongevallengegevens analyses te doen. Daarom dient er gezocht te worden naar een andere manier om de verkeers(on)veiligheid uit te drukken. De conflictobservatiemethode geeft hier een antwoord op. Deze methode is gebaseerd op het observeren en analyseren van conflicten tussen verkeersdeelnemers. De te verwachten aantallen bijna-ongevallen of potentiële conflicten zijn groter dan de geregistreerde ongevallen (Hydén, 1987). Met behulp van de conflictobservatiemethode kunnen we inzicht krijgen in de werkelijke verkeersveiligheidsproblemen.
 

Aan dit rapport gaat een literatuurstudie vooraf (de Jong et al., 2007) waarin de verschillende conflictobservatiemethoden uit onder meer Nederland en Zweden werden besproken. Om na te gaan in hoeverre de conflictobservatietechniek toepasbaar is in Vlaanderen worden er in dit onderzoek 2 pilootprojecten opgezet. Onderhavig rapport beschrijft de observatiemethode en de resultaten van de projecten in Genk en Hoeselt. De 2 locaties verschillen van elkaar op vlak van de ruimtelijke omgeving, het snelheidsregime op de wegen, de verkeersintensiteiten en de weginrichting. Het doel van dit onderzoek is aanbevelingen te doen i.v.m. de toepasbaarheid van de conflictobservatiemethode in Vlaanderen. Wat is de meerwaarde van deze methode? Op welke manier kunnen we ze gebruiken?
 

Op beide locaties werd gedurende een periode van 18 uren, verspreid over 6 dagen, geobserveerd. Ter ondersteuning van deze observaties werden er camera’s ingezet. De beelden van de video werden gebruikt om specifieke situaties achteraf meer in detail te bestuderen, als verificatie van de resultaten en als communicatiemiddel met de opdrachtgever. In functie van de verkeersdrukte werd er met 1 of 2 observators gewerkt. Het inschatten van de snelheden en de afstanden werd ter plaatse een aantal keren gecontroleerd. Dit gebeurde onder meer met behulp van een speedgun en een opmetingsplan van de bestaande toestand van de locaties.
 

De analyse van de ernstige conflicten geeft waardevolle informatie inzake de verkeersveiligheid op de locaties. Tijdens de observatie van 18 uren werden er in Genk en Hoeselt respectievelijk 16 en 10 ernstige conflicten genoteerd. Voor het proefproject in Genk stellen we vast dat bij 8 van de 16 ernstige conflicten één van de voertuigen een linksafbeweging komende uit de Collegelaan maakt. Eén vierde van de ernstige conflicten hebben te maken met het op- en aanrijden naar de aanliggende functies van de Weg naar As. Er werden ook gelijkenissen vastgesteld tussen de ongevallenanalyse en de analyse van de ernstige conflicten. Voor de locatie in Genk kwamen er 3 type van ongevallen (voor de periode 1997-2005) terug bij de ernstige conflicten, nl. de linksafbeweging komende uit de Collegelaan met het verkeer op de Weg naar As komende vanuit Genk en komende vanuit As en het aanrijden naar de aanliggende functies van de Weg naar As met het rechtdoorrijdende verkeer op de Weg naar As. Voor het proefproject in Hoeselt konden we vaststellen dat 6 van de 8 ernstige conflicten linksafslaande bewegingen van voertuigen betroffen die de oprit van de Boudewijnsnelweg wilden oprijden en in conflict kwamen met voertuigen die op de N730 (richting Bilzen – Tongeren) (rechtdoor) wilden rijden. De 2 overige geobserveerde ernstige conflicten hadden betrekking op kop-staart conflicten. In de ongevallengegevens voor de betreffende locatie kwamen dezelfde resultaten naar voren.
 

Voor het verkeersveiligheidsbeleid is het belangrijk om inzicht te verwerven in de verkeersonveiligheid op gedragsniveau, met name de relatie tussen gedrag en verkeersongevallen. Met de conflictobservatietechniek wil men de oorzaken van ernstige conflicten analyseren. Het gedrag van de verkeersdeelnemers speelt hier een grote rol in. Mogelijke beleidsvragen waarvoor de conflictobservatiemethode input kan geven zijn:

  • Nagaan of er op verschillende types kruispunten bepaalde typisch gevaarlijke situaties voorkomen
  • Welke maatregelen moeten er worden genomen om een bepaalde locatie veiliger te maken?
  • Evaluatie verkeersveiligheidsmaatregelen, onder de vorm van voor- en nastudies
     

Ongevallenanalysen zijn een belangrijk instrument bij de evaluatie van het verkeersveiligheidsbeleid. Wanneer we echter te maken hebben met lokale infrastructuurmaatregelen is het aantal ongevallen meestal te klein om ongevallenanalyses te doen. De conflictobservatiemethode kan voor deze situaties op korte termijn een beeld geven van de verkeerssituatie. De conflictobservatietechniek geeft immers inzicht in de oorzaken van de ernstige conflicten van een locatie en houdt rekening met de specifieke eigenschappen van de locatie.

DownloadPDF icon RA-2007-117.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito