Terug
RapportnummerRA-MOW-2008-007
TitelIntelligente Transport Systemen
OndertitelITS en verkeersveiligheid
AuteursJohan De Mol
Thomas Van Leeuwen
Wim Vandenberghe
Sven Vlassenroot
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's115
Datum01/07/2008
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)UGent
WerkpakketAndere: Innovatie en ICT voor een veiligere mobiliteit
Samenvatting

Dit rapport bespreekt Intelligente Transport Systemen (ITS). Deze generieke term wordt gebruikt voor een uitgebreid gamma aan informatie-, controle- en electronische technologie die kan geïntegreerd worden in de weginfrastructuur en de voertuigen zelf, met als doel het redden van levens en het besparen van tijd en geld door het opvolgen en beheren van verkeersstromen, het verminderen van congestie, het vermijden van ongevallen, enz. Omdat dit rapport onderdeel uitmaakt van het Steunpunt Mobiliteit en Openbare Werken, Spoor Verkeersveiligheid richt deze bespreking van ITS systemen zich vooral op alle aspecten die te maken hebben met verkeersveiligheid.
 

Binnen de brede waaier van ITS systemen kunnen twee verschillende categorieën worden opgetekend: autonome systemen en coöperatieve systemen. Autonome systemen zijn alle vormen van ITS die eerder op zichzelf staan, en niet afhankelijk zijn van een samenwerking met andere voertuigen of ondersteunende infrastructuur. Voorbeeldtoepassingen zijn blinde hoek detectie d.m.v. radar, elektronische stabiliteitscontrole, dynamisch verkeersmanagement d.m.v. variabele verkeersborden, emergency call, ... Coöperatieve systemen zijn ITS systemen waarbij communicatie en samenwerking, zowel tussen voertuigen onderling als tussen voertuigen en ondersteunende infrastructuur, aan de basis liggen. Voorbeeldtoepassingen zijn het waarschuwen van voertuigen die de staart van een file naderen, het uitwisselen van gegevens over gevaarlijke wegomstandigheden, extended electronic brakelight, ... In een aantal gevallen kunnen systemen van autonome naar coöperatieve systemen evolueren. ISA is daarvan een voorbeeld vermits zowel het dynamische aspect als de communicatie met infrastructuur (bv. Verkeerslichten, DRIP’s, ...) bijkomende verkeersveiligheidsvoordelen kunnen bieden, zal ISA naar coöperatieve systemen kunnen groeien. Dit is dan ook de duidelijk link tussen de twee behandelde onderdelen van dit rapport
 

De vele ITS toepassingen duiden aan dat er zowel van de overheid, de academische wereld als van de industrie hoge verwachtingen zijn naar de toepassingsmogelijkheden van beide categorieën. De uitvoerige bespreking van elk van hen vormt dan ook de kern van dit rapport.
 

Het eerste gedeelte van het rapport dat betrekking heeft op de autonome systemen behandelt twee aspecten:

  1. Schets van Europese projecten gerelateerd aan mobiliteit en in het bijzonder aan verkeersveiligheid
  2. Schets van evaluatiemethodieken van ITS-toepassingen.

Uit de vele Europese ITS-projecten wordt gefocust op het E Safety Forum en PreVENT. Vooral het PreVent onderzoeksproject is interessant omdat de ITS-toepassingen hebben geleid tot een aantal concrete demonstratievoertuigen waarbij aangetoond wordt –al dan niet in een beschermde omgeving- dat deze (autonome) ITS-toepassingen technisch bruikbaar zijn of kunnen ontwikkeld worden tot bruikbare toepassingen.
 

Het onderdeel “evaluatiemethodieken van ITS-toepassingen” heeft als bedoeling om aan te duiden dat de overheid over specifieke evaluatietools zal moeten beschikken indien de overheid de ambitie heeft om ITS-toepassingen aan te wenden voor het verhogen van de verkeersveiligheid. Daartoe worden twee evaluatiemethodieken uitgebreid toegelicht; een derde wordt enkel vermeld omdat hieruit kan blijken dat een sturing van de overheid wenselijk kan zijn.

  1. TRACE vertrekt van het opmaken van methodieken die bruikbaar zijn voor de evaluatie van specifieke ITS-toepassingen.
  2. FITS is een Finse evaluatiemethodiek die een aanpassing is van de aangewende methodiek bij evaluatie van transportprojecten.
  3. Een derde evaluatiemethodiek die op dit ogenblik in een Europees onderzoeksproject wordt ontwikkeld is eImpact. Dit op stapel staande onderzoek is belangrijk omdat vanuit een specifieke bevraging van stake holders kan aangetoond worden dat het maatschappelijke belang van sommige technieken in deze benadering te beperkt wordt aangetoond. Op deze wijze kan aangetoond worden dat een passende sturende rol voor de overheid is weggelegd.

Het tweede gedeelte van het rapport heeft betrekking tot de coöperatieve systemen. Zoals reeds vermeld zijn dit ITS systemen waarbij communicatie de belangrijkste pijler is. Dit platform maakt talloze toepassingen mogelijk met een sterke maatschappelijke relevantie, zowel op gebied van het milieu, mobiliteit en verkeersveiligheid. Dankzij coöperatieve ITS systemen is het mogelijk om bestuurders tijdig te waarschuwen om een aanrijding te kunnen vermijden (bv. bij het naderen van de staart van een file, of waneer een spookrijder werd gedetecteerd). Gevaarlijke wegomstandigheden kunnen automatisch aan de andere bestuurders worden meegedeeld (bv. na detectie van ijzel of een oliespoor door het ESP). Navigatiesystemen kunnen gedetailleerde real-time updates ontvangen over de huidige verkeerssituatie en hiermee rekening houden bij het bepalen van hun routes. Wanneer een verkeersprobleem zich voordoet kan direct actief door de verkeerscentra worden bepaald hoe het verkeer moet worden omgeleid. Bestuurders kunnen ruim op voorhand gewaarschuwd worden dat een prioritair voertuig in aantocht is, en opgedragen worden om op een uniforme manier een doorgang te voorzien. Dit is slechts een kleine selectie uit het groot aantal applicaties die mogelijk worden dankzij coöperatieve systemen, maar het is overduidelijk dat deze systemen een significante bijdrage kun leveren aan de verkeersveiligheid. In de literatuur wordt geschat dat een vermindering van het aantal ongevallen met gekwetsten of doden zou liggen tussen de 20 en 50 procent.
 

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er momenteel veel aandacht besteed wordt aan zulke systemen. Op internationaal niveau worden een aantal standaarden vastgelegd die betrekking hebben op dit onderwerp. De International Telecommunications Union (ITU), Institute for Electrical and Electronics Engineers (IEEE), International Organization for Standardization (ISO), Association of Radio Industries and Businesses (ARIB) en European committee for standardization (CEN) werken momenteel aan standaarden die verschillende aspecten van ITS systemen beschrijven. De naam die hierbij in de literatuur het meest terug keert is de ISO TC204/WG16 Communications Architecture for Land Mobile environment (CALM) standaard. Deze beschrijft een raamwerk welke transparante communicatie (zowel voor de applicaties als voor de gebruiker) mogelijk maakt over verschillende communicatiemedia.
 

Naast de talloze activiteiten op het vlak van standaardisatie worden er ook een groot aantal onderzoeksprojecten opgestart. Op Europees niveau zijn de belangrijkste het i2010 Intelligent Car Initiative, het eSafety Forum, en het COMeSafety, het CVIS, het SAFESPOT, het COOPERS en het SEVECOM project. Het i2010 Intelligent Car Initiative is een Europees initiatief met als doel het aantal verkeersdoden te halveren tegen het jaar 2010. Het eSafety Forum is een initiatief van de Europese Commissie, de industrie en andere belanghebbenden met als doel het versnellen van de ontwikkeling en ingebruikname van ITS systemen met een nadruk op veiligheid. Het COMeSafety project ondersteunt het eSafety Forum op het gebied van voertuig-voertuig en voertuig-infrastructuur communicatie. In het CVIS project wordt aandacht besteed aan zowel technische als niet-technische aspecten, met als hoofddoel het ontwikkelen van de eerste open en vrij beschikbare reference implementatie van de CALM architectuur. In het SAFESPOT project wordt onderzocht welke data belangrijk is voor veiligheidstoepassingen, en met welke algoritmen deze best uit het voertuig en de infrastructuur gehaald kunnen worden. Het COOPERS project richt zich voornamelijk op communicatie tussen voertuigen en daarvoor voorziene infrastructuur langs autosnelwegen. Het SEVECOM project tenslotte houdt zich voornamelijk bezig met security en privacy kwesties. Naast Europa wordt ook onderzoek uitgevoerd in de Verenigde Staten (CICAS en VII) en in Japan (AHSRA, VICS, Smartway, InternetITS).
 

Naast de standaardisatie organisaties en overheden is er uiteraard ook veel aandacht voor coöperatieve ITS systemen vanuit de industrie. Een aantal bedrijven hebben zich in het kader van hun activiteiten rond ITS verenigd in organisaties op nationaal en internationaal niveau. Op internationaal niveau zijn de bekendste namen het Car 2 Car Communication Consortium, en Ertico. Het C2C CC is een vereniging van de grote Europese autofabrikanten die zich toespitst op het ontwikkelen van een open standaard voor voertuig-voertuig en voertuig-infrastructuur communicatie gebaseerd op de reeds veel gebruikte IEEE 802.11 WLAN standaard. Ertico is een Europees multi-sector, public/private partnership welke de ontwikkeling en introductie van ITS systemen beoogt. Op nationaal niveau zijn FlandersDrive en The Telematics Cluster / ITS Belgium de twee bekendste organisaties.
 

Ondanks de vele aandacht die wereldwijd aan ITS systemen wordt gegeven, is er nog geen consensus over de draadloze technologie die hiervoor gebruikt moet worden. Dit komt doordat er een groot aantal geschikte technologieën bestaan of in ontwikkeling zijn die voor ITS systemen toepasbaar zijn. Elke technologie heeft zijn specifieke voor- en nadelen, wat er voor zorgt dat geen enkele de ideale oplossing is voor alle mogelijke ITS toepassingen. Wel kunnen er drie grote groepen onderscheiden worden. De eerste groep omvat communicatie op korte afstand, speciaal voor ITS doeleinden (Dedicated Short Range Communication of DSRC) zoals de WAVE technologie. De tweede groep bestaat uit verschillende cellulaire communicatienetwerken die dekking voorzien over grote gebieden. Voorbeelden hiervan zijn GPRS (datacommunicatie over het GSM netwerk), UMTS (sneller dan GPRS), WiMAX (nog sneller dan UMTS) en MBWA (gelijkaardig aan WiMAX). De derde groep bestaat uit digitale data broadcast technologieën zoals RDS (via huidige FM radio uitzendingen, traag), DAB en DMB (via huidige digitale radio uitzendingen, sneller) en DVB-H (toekomstige digitale televisie uitzendingen voor mobiele toestellen, snelst).
 

Uit al het voorgaande wordt duidelijk dat ITS systemen momenteel zeer in trek zijn, en veel aandacht krijgen van zowel de academische wereld, de standaardisatie organisaties en de industrie. Het lijkt dan ook eerder een kwestie van hoe of wanneer ITS systemen ingang in het dagelijkse leven zullen vinden. Doordat er zoveel technologie bestaan om coöperatieve ITS systemen te implementeren, is het echter niet makkelijk om te bepalen welke rol de overheid specifiek in deze ontwikkelingen moet spelen, en welke volgende stappen zij moet ondernemen. Omtrent deze vragen is onderzoek verricht binnen het i2010 Intelligent Car Initiative en het CVIS project. Uit hun stand van zaken bleek dat tot nu toe nog geen enkel land er in geslaagd is volledige werkende systemen in gebruik te nemen. Zeven EU landen staan het verst en bevinden zich in de deployment fase: Zweden, Duitsland, Nederland, Verenigd Koninkrijk, Finland, Spanje en Frankrijk. Acht landen, waaronder Belgïe, staan iets minder ver en bevinden zich momenteel in de promotion fase: Denemarken, Griekenland, Italïe, Oostenrijk, Belgïe, Noorwegen, Tsjechïe en Polen. De laatste tien landen bevinden zich ten slotte in de start-up fase: Estland, Litouwen, Letland, Slovenïe, Slovakije, Hongarije, Portugal, Zwitserland, Ierland en Luxemburg.
 

Deze Europese rapporten opgesteld binnen het i2010 Intelligent Car Initiative en het CVIS project leggen een aantal beleidsaanbevelingen vast welke ook zeer relevant zijn voor Belgïe en Vlaanderen. De voornaamste aanbevelingen voor de Vlaamse overheid zijn:

  • Bewustzijn bij de burger verhogen: uit onderzoek blijkt dat de burger ITS applicaties wel als nuttig beschouwt, maar hier toch niet echt voor wil betalen. Het is dus belangrijk om via campagnes de burger te overtuigen van het nut en het belang van ITS systemen
  • Hiaten invullen: België bevindt zich in de promotion fase. Dit betekent dat het zich moet concentreren op het identificeren van ontbrekende belanghebbenden, en het moet de verschillende nationale en regionale ITS activiteiten coördineren. Hierbij is het belangrijk dat de onderzoeksactiviteiten op elkaar worden afgestemd zodat resultaten tussen de nationale en Europese projecten kunnen uitgewisseld worden en herbruikbaar zijn
  • Visie ontwikkelen: binnen het kader van ITS systemen moet er een beleid komen rond een groot aantal kwesties. Als voorbeeld is er de vraag of een ITS gebruiker geschoold moet zijn, en deze materie dus deel moet uitmaken van het rij-examen. Hoe moeten zulke systemen gekeurd worden? Worden ITS systemen op vrijwillige basis uitgerold, of b.v. verplicht in alle nieuwe wagens. Zullen de services worden aangeboden door private bedrijven, door de overheid, of door een combinatie van beiden? Welke technologie zal er gebruikt worden in de ITS systemen? Dit zijn slechts een paar van de vele vragen waar de overheid een standpunt over zal moeten innemen.
  • Coördinatie beleid: ITS systemen zijn een beleidsonderwerp op zowel internationaal, nationaal en regionaal vlak. Het is heel belangrijk dat al deze beleidsorganen gecoördineerd samenwerken
  • Iteratief een beleid uitwerken: het uitwerken van beleidsregels voor deze complexe materie kan niet over één nacht ijs gaan. Er zal in iteratieve stappen moeten gewerkt worden aan het steeds opnieuw verfijnen en bijsturen van de reeds genomen beleidsbeslissingen.
DownloadPDF icon RA-MOW-2008-007.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito