Terug
RapportnummerRA-MOW-2008-008
TitelZwarte punten voor geluidshinder door straatverkeer in Vlaanderen
OndertitelAnalyse van conflicten tussen verkeer en leefbaarheid
AuteursDick Botteldooren
Luc Dekoninck
Dominique Gillis
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's63
Datum01/09/2008
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)UGent
WerkpakketAndere: Duurzame mobiliteit
Samenvatting

Duurzaam verkeer moet aan de mobiliteitsbehoeften voldoen zonder evenwel de verkeersleefbaarheid van de omliggende functies in het gedrang te brengen. Deze beide streefdoelen zorgen onvermijdelijk voor conflicten, zeker gezien de historisch gegroeide (ruimtelijke) randvoorwaarden. Wegverbindingen zijn vaak niet ontstaan of ingericht met het oog op de intensiteiten die ze vandaag de dag te verwerken krijgen. In deze studie is de geluidshinder, een van de voornaamste redenen voor een slechte verkeersleefbaarheid, onderzocht binnen de Vlaamse context. De voornaamste doelstellingen van dit onderzoek waren (1) het identificeren van typische conflictsituaties waarvoor in meer gedetailleerde case-studies oplossingsvoorstellen gezocht kunnen worden en (2) het afleiden van een eerste aanzet van beleidsaanbevelingen ten aanzien van geluidshinder door straatverkeer.
 

In tegenstelling tot vroegere studies, wordt hier vertrokken van de gerapporteerde hinder (SLO-0 en SLO-1), eerder dan van gemodelleerde geluidsniveaus, om zo subpopulaties te bepalen met een hoog relatief risico op geluidshinder. De subpopulaties zijn bepaald in functie van de ruimtelijke (bebouwingsdichtheid) en verkeerskundige (wegencategorisering volgens Streetnet) kenmerken. De focus ligt op maatregelen op het vlak van ruimtelijke planning en verkeersmanagement, veeleer dan op technologische ingrepen die de geluidsemissie beperken zoals het wegoppervlak, voertuigtechnologie, enzovoort.
 

De voornaamste resultaten van het onderzoek zijn als volgt samen te vatten:

  • Ernstige of extreme geluidshinder zorgt ervoor dat mensen de leefbaarheid van hun woonomgeving in de meeste gevallen inschatten als slecht tot zeer slecht. Het ontbreken van geluidshinder is duidelijk een noodzakelijke voorwaarde om van een kwaliteitsvolle leefomgeving te kunnen spreken.
  • Mensen die nabij wegen van categorie 10 (snelwegen) wonen, die langs een weg van categorie 20, 30 of 40 wonen, of die langsheen een doortocht van een dergelijke weeg door een zone met hoge bevolkingsdichtheid wonen, hebben significant meer te lijden onder geluidshinder door straatverkeer. Ongeveer 30% van deze deelgroep spreekt van hoge tot extreem hoge geluidshinder door straatverkeer, wat resulteert in erg hoge waarden voor het relatief risico tot boven de 3. Deze situaties zijn dus het meest aangewezen als beleidsmatige aandachtspunten, en dus als onderwerpen voor verdere case-studies. Er dient echter opgemerkt dat van alle Vlamingen die hoge tot extreem hoge hinder ondervinden, slechts een kleine minderheid (< 1%) in de nabijheid van een snelweg woont. De groep die langsheen een weg van categorie 20, 30 of 40 wonen, omvat bijna 10% van de ernstig tot extreem gehinderden, en de groep die langs een doortocht woont omvat 20% hiervan. Een beleid ten aanzien van geluidshinder, dat zich richt op deze laatste subgroep, zal bijgevolg zichtbaarder zijn op Vlaamse schaal, aangezien een groter deel van de gehinderden bereikt wordt. De nabijheid van wegen van categorie 20, 30 of 40 verhoogt de geluidshinder bovendien meer dan verwacht zou worden op basis van de blootstelling volgens Lden.
  • In de nabijheid van wegen van categorie 20, 30 of 40 neemt het aandeel bewoners met hoge geluidshinder door straatverkeer nog toe bij stijgende verkeersintensiteit. Bij verkeersintensiteiten boven de 500 personenauto-equivalenten per avondspitsuur stijgt het aandeel ernstig gehinderden tot 37%. Bij wegen met verkeersintensiteiten onder de 500 personenauto-equivalenten per avondspitsuur is het aandeel ernstig gehinderden voor een zelfde geluidsniveau (Lden) bovendien beduidend lager dan verwacht. Door geluidskaarten te combineren met verkeersintensiteiten kunnen probleemgebieden voor geluidshinder dus scherper in beeld worden gebracht. De berekende gemiddelde verkeerssnelheid op basis van verkeersmodellen heeft een zeer gecompliceerde relatie met de verkeersintensiteit en geluidshinder. Dit is niet onlogisch aangezien de gemiddelde snelheid een resultante is van zeer variërend snelheids- en versnellingsgedrag binnen een verkeersstroom.
  • Het aandeel van de bevolking dat ernstig gehinderd wordt door geluidshinder door straatverkeer neemt licht af in de nabijheid binnen een afstand van 200m van een kruispunt van wegen van categorie 20, 30 of 40. Dit geeft aan dat de lagere gemiddelde snelheid (door een snelheidsbeperking of de dynamica van het verkeer ter hoogte van het kruispunt) primeert tegenover de verhoogde geluidsemissie ten gevolge van het optrek- en afremgedrag nabij het kruispunt. Ongeveer 2% van de ernstig gehinderden wonen in de nabijheid van een kruispunt. Beleidsmaatregelen in functie van deze grote kruispunten kan zinvol zijn, maar voorafgaande meer gedetailleerde studie van deze particuliere situaties is aangewezen om te vermijden dat de gunstige situatie verdwijnt.
DownloadPDF icon RA-MOW-2008-008.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito