Terug
RapportnummerRA-MOW-2009-002
TitelIndicatoren bij de beoordeling van verkeersveiligheidsmaatregelen
OndertitelKnelpunten en mogelijke oplossingen
AuteursTom Van Lier
Fredriek Van Malderen
Cathy Macharis
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's74
Datum01/03/2009
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)VUB
WerkpakketAndere: Evaluatietechnieken
Samenvatting

Het opnemen van verkeersveiligheidsindicatoren in evaluatiemethodes is, afhankelijk van de gehanteerde methode, niet altijd even evident. De sociale kosten-batenanalyse (SKBA), gebaseerd op het Kaldor-Hicks compensatiecriterium, wordt in de literatuur vaak aangewezen als de meest geschikte evaluatiemethode in het kader van publieke (verkeersveiligheids)projecten. Indien de baten de kosten overtreffen, wordt een project volgens deze methodiek wenselijk geacht. Indien de kosten en baten betrekking hebben op verhandelbare goederen is het vrij eenvoudig om een SKBA uit te voeren. De grootste beperking van een SKBA is echter dat men alle effecten op welvaartseconomische waarde moeten waarderen, waaronder ook de moeilijk te monetariseren externe effecten als milieu- en veiligheidseffecten, wil men deze effecten rechtstreeks in de evaluatie kunnen opnemen. Tal van belangrijke indicatoren bevinden zich net in deze externe kosten categorie. Dit bemoeilijkt bijgevolg aanzienlijk de evaluatie van verkeersveiligheidsprojecten op basis van een SKBA. Bijzondere aandacht dient in dit verband gegeven te worden aan de waarde van een mensenleven, daar het aantal vermeden doden doorgaans een van de belangrijkste indicatoren is in de context van verkeersveiligheid.
 

Het rapport geeft een uitgebreid overzicht van de meest gebruikte monetaire waarderingsmethodes. Doorgaans zal men op welvaartseconomische gronden de bereidheid-tot-betalen/aanvaarden (BTB, BTA) benadering toepassen wanneer men tracht niet-verhandelbare goederen te schatten. Deze methode is immers gebaseerd op de individuele voorkeuren van de betrokkenen en kan zowel gebruikt worden voor de waardering van milieueffecten als voor de waardering van een mensenleven. Men maakt daarbij een trade-off tussen milieu/veiligheid/gezondheid en consumptiegoederen- en diensten/geld. Er bestaan 2 verschillende invalshoeken voor de schatting van de monetaire waarde van milieu- of gezondheidseffecten, elk bestaande uit verschillende technieken. Enerzijds hebben we de gedragsvoorkeurmethodes. De voorkeuren worden hierbij afgeleid van werkelijke, geobserveerde en marktgebaseerde informatie. Voor niet verhandelbare goederen worden de voorkeuren indirect verkregen doordat individuen verhandelbare goederen aankopen die op een bepaalde wijze gerelateerd zijn aan de niet-verhandelbare goederen. Men maakt daarbij een onderscheid tussen de ‘hedonische prijsmethodes’ en de ‘methode van het ontwijkgedrag’. De eerste categorie methodes kijkt naar de waarde van goederen die gerelateerd zijn aan risiconiveaus op bepaalde markten, zoals bijvoorbeeld looncompensaties voor risicovolle beroepen. De tweede methode kijkt naar de waarde van de consumptie van goederen op bepaalde markten die veiligheid/milieu kunnen verbeteren, zoals bijvoorbeeld de afweging tussen geld en veiligheid bij aankoop van een milieuvriendelijke wagen met ABS. Anderzijds zijn er ook de beweerde voorkeurmethodes. Hierbij worden voorkeuren rechtstreeks afgeleid via vragenlijsten. Men maakt hierbij een onderscheid tussen directe methodes, waarbij men de WSL rechtstreeks tracht te berekenen via ‘contingente waardering’, en indirecte methodes zoals de ‘standaard gokmethode’ en de ‘afwegingsmethode’. Wat de waarde van een statistisch mensenleven betreft stelt men vast dat er consensus groeit omtrent het theoretische welvaartseconomische kader om deze te bepalen, maar dat deze waarde onder andere afhangt van de risico- en populatiekarakteristieken met betrekking tot de geplande maatregel. Dit betekent dat deze waarde niet universeel is maar net verschillend is van project tot project, wat de standaardtoepassing ervan in een SKBA bijkomend bemoeilijkt. Tot slot wordt ook de monetarisatie van externe milieu-effecten en congestie besproken. Daar wordt besproken welke effecten verkeer en verkeersongevallen hebben op onze leefomgeving. Een ongeval gaat vaak gepaard met congestie. Als we het hebben over congestie dan denken we voornamelijk aan tijdsverlies, maar ook stijgende brandstofkosten door het “stop-and-go” principe. Dit laatste gaat dan hand in hand met extra belasting voor het milieu.
 

Een mogelijke oplossing voor de problemen van de monetaire waarderingsmethoden wordt aangereikt onder de vorm van een Multi-Criteria Analyse (MCA) of meer specifiek een Multi-Actor Multi-Criteria Analyse (MAMCA). De MAMCA laat immers toe om een groot aantal effecten, zowel monetariseerbaar als niet monetariseerbaar, te combineren in één overzichtelijke werkwijze. De MAMCA heeft dus het voordeel dat de respectievelijke effecten niet noodzakelijk gekwantificeerd en/of gemonetariseerd moeten worden zodat men bijvoorbeeld rechtstreeks het aantal verkeersdoden kan gebruiken als indicator om de mortaliteit ten gevolge van verkeersongevallen in de verschillende alternatieven in rekening te brengen. Daarenboven laat de MAMCA-methodologie ook toe om de verschillende stakeholders die betrokken zijn bij de maatregel te betrekken bij de evaluatie ervan. De toepassing van een MAMCA in het kader van verkeersveiligheid wordt geïllustreerd aan de hand van een case study.

DownloadPDF icon RA-MOW-2009-002.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito