Terug
RapportnummerRA-MOW-2009-008
TitelHandleiding voor het socio-economisch evalueren van verkeersveiligheidsmaatregelen
OndertitelVervolg rapport
AuteursFredriek Van Malderen
Cathy Macharis
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's84
Datum26/07/2011
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek
WerkpakketAndere: Evaluatietechnieken
Samenvatting

Dit steunpuntrapport gaat verder op de “Handleiding voor het socio-economisch evalueren van verkeersveiligheidsmaatregelen. Een eerste aanzet”. Waar er in het voorafgaande rapport voornamelijk naar het theoretische belang van het evalueren van verkeersveiligheidmaatregelen werd gekeken, met de daarbij horende theoretische concepten om zo een theoretisch raamwerk te creëren, wordt de handleiding in dit rapport meer praktijk gericht uitgewerkt. Daarvoor is er een stappenplan opgesteld om vier soorten socio-economische evaluatie methoden uit te voeren, namelijk de sociale kosten-batenanalyse (SKBA), de kosteneffectiviteitsanalyse (KEA), de multi-criteria analyse (MCA) en de multi-actor multi-criteria analyse (MAMCA). Men gaat in dit rapport ook kort in op de keuze van de evaluatiemethode in welke situatie. Nadat de stappen van de desbetreffende socio-economische evaluatiemethoden werden besproken, zijn er enkele cases uitgewerkt om de theorie te koppelen aan de praktijk.
 

Bij de sociale kosten-batenanalyse kunnen er acht verschillende stappen onderscheiden worden. Het opstellen van de alternatieven en meer bepaald de projectalternatieven en het nulalternatief is de eerste stap. Vervolgens moet men de tijdselementen determineren van de analyse. Hierbij zal men de werkingsduur van de maatregel dienen te bepalen en de discontovoet. Daarna stelt men een effectenoverzicht op. Hierbij identificeert men eerst de verschillende effecten. Vervolgens giet men deze effecten samen in een tabel. In een volgende stap bepaalt men de kosten van de maatregel. Hierbij zal men zowel de invoeringskosten als operationele kosten moeten in rekening brengen. Nadat de effecten in kaart zijn gebracht kan men de positieve en negatieve effecten gaan monetariseren en kwantificeren. In de voorlaatste stap wordt de rangschikking opgemaakt van de verschillende projectalternatieven en kan men deze onderling vergelijken of afwegen ten opzichte van het nulalternatief. Om de rangschikking te kunnen maken dient men gebruik te maken van een netto contante waarde (NCW) of baten-kosten ratio. Tenslotte kan men een sensitiviteitsanalyse doorvoeren om na te gaan in hoeverre de gemaakte assumpties het eindresultaat beïnvloeden.
 

In de kosteneffectiviteitsanalyse neemt men slechts één soort effect op in de analyse. Deze socio-economische analyse heeft dan ook zijn beperkingen om een maatregel maatschappelijk te evalueren. Doordat er slechts een beperkt aantal componenten dienen opgenomen worden in deze analyse is deze vrij eenvoudig ten opzichte van de andere socio-economische evaluatiemethoden. Deze methode gebruikt men dus ook voor de evaluatie van kleinere verkeersveiligheidsmaatregelen. Deze evaluatiemethode kent vijf stappen. Aangezien de KEA afgeleid is van de SKBA zijn deze stappen sterk vergelijkbaar met de SKBA. Een eerste stap is het opstellen van de alternatieven. Daarna worden de effecten van de maatregel geïdentificeerd en gekwantificeerd. Hiervoor kan men een effectenoverzicht hanteren. Het verschil met de SKBA is dat de effecten niet dienen gemonetariseerd te worden wat ook een voordeel is van de KEA. Vervolgens moet men de kosten determineren. Eens de kosten en de effecten geweten zijn, kan men het quotiënt van deze nemen, zodat men de kost per gemeden slachtoffer bijvoorbeeld kan bepalen. Op deze manier kan men ook de verschillende maatregelen rangschikken. Net als bij de SKBA kan er bij de KEA een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd worden.
 

Bij de multi-criteria analyse doorloopt men in zes stappen, beginnende bij de analyse en definiëring van het probleem, wat ook bij de voorgaande methoden steeds moet gedaan worden. De zes stappen bestaan uit vier analytische stappen en twee synthetische stappen. Vervolgens stelt men alweer de alternatieven op, waarna men de criteria bepaalt, met hun desbetreffende indicatoren en gewichten. Daarna stelt men een evaluatiematrix op die vergeleken kan worden met een effectscorekaart zoals die opgesteld wordt bij de KEA en SKBA. Deze toont de effecten of evaluatie per alternatief per criterium. In de voorlaatste stap en eerste synthetische stap, de aggregatie, stelt men de algemene evaluatie op door een totaal van de relevante effecten en doelstellingen te maken. Afhankelijk van de gekozen methode wordt er dan een rangschikking van de alternatieven gegeven of wordt er een keuze gemaakt uit deze alternatieven. Tenslotte dient men het alternatief te implementeren in het beleidsproces. De MAMCA-methodologie gebeurt op een analoge wijze, met dat verschil dat men een stakeholderanalyse uitvoert in het begin van de evaluatie. Men zal dan de geprefereerde alternatieven van de verschillende stakeholders op basis van hun criteria evalueren en rangschikken.

DownloadPDF icon RA-MOW-2009-008.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito