Terug
RapportnummerRA-MOW-2009-013
TitelVerkeersonveiligheid in Vlaanderen
OndertitelProbleemanalyse tot en met 2007
AuteursBrenda Wilmots
Kurt Van Hout
Stijn Daniels
Tom Brijs
Elke Hermans
Betty Nambuusi
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's72
Datum26/07/2011
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Universiteit Hasselt
WerkpakketAndere: Referentiedatabank voor onderzoek naar verkeersveiligheid in Vlaanderen
Samenvatting

In dit rapport wordt de verkeersveiligheid in Vlaanderen cijfermatig uitgedrukt (tot en met 2007). In hoofdstuk 3 geven we de historische evolutie van verkeersonveiligheid in België en Vlaanderen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het aantal doden en zwaargewonden in België en Vlaanderen fors afnam sinds 1973. Niettemin lijkt de daling van de verkeersdoden de voorbije jaren (2006 en 2007) minder sterk te zijn en is er sinds 2004 een stagnatie tot een lichte stijging van het aantal zwaargewonde verkeersslachtoffers. Op basis van prognoses (hoofdstuk 4) komen we tot de conclusie dat de doelstellingen in het Mobiliteitsplan Vlaanderen (tegen 2010) en het Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen (tegen 2015) met betrekking tot een reductie van het aantal verkeersdoden en het aantal zwaargewonden in Vlaanderen niet gehaald zullen worden. Voor wat betreft het aantal doden en dodelijk gewonden bij jongeren onder de 26 jaar, lijken we anno 2007 wel goed op weg te zijn.
 

Een volgend hoofdstuk (hoofdstuk 5) situeert het verkeersveiligheidsniveau in Vlaanderen in België en in Europa. Hoewel Vlaanderen goed scoort in België, blijkt het een zeer middelmatige leerling in Europa. Ondanks verbeteringen in de verkeersveiligheid, blijft de achterstand met de best presterende Europese landen (Nederland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk) groot. Deze landen trachten immers ook de verkeersveiligheid continu te verbeteren. In Nederland is het dodelijk risico slechts de helft van dat van Vlaanderen. Binnen Vlaanderen (hoofdstuk 6) zien we op niveau van de provincies dat Vlaams-Brabant het laagste en Oost- en West-Vlaanderen het hoogste ongevalsrisico kennen. Het dodelijk risico is echter het hoogste in de provincies Antwerpen en Limburg.
 

Vervolgens wordt de verkeersonveiligheid in hoofdstuk 7 dieper geanalyseerd volgens: weggebruiker, aard ongeval, locatie, persoonskenmerken en tijdstip. In absolute termen blijven de automobilisten de grootste probleemgroep, gevolgd door de fietsers. Motorrijders en bromfietsers, gevolg door voetgangers en fietsers lopen echter het grootste risico. De stijgende tendens van het aantal ongevallen waarbij een lichte vrachtwagen betrokken was, is daarnaast opvallend.
 

Ongeveer 20% van alle geregistreerde ongevallen zijn eenzijdige ongevallen. De ernstgraag van deze ongevallen is meestal hoger dan bij ongevallen waarbij meerdere weggebruikers betrokken zijn. Bij het merendeel (71%) van de ongevallen zijn twee weggebruikers betrokken en is de personenwagen de meest waarschijnlijke tegenpartij voor elke weggebruiker.
 

Ongeveer de helft van alle ongevallen gebeurt binnen de bebouwde kom. Wanneer we een onderscheid maken naar letselernst merken we op dat ongeveer 75% van het aantal verkeersdoden buiten de bebouwde kom valt. Het gaat hier in 60% van de dodelijke slachtoffers om auto-inzittenden. Binnen de bebouwde kom zijn meer dan de helft van de doden zachte weggebruikers. Ondanks een gunstigere evolutie binnen de bebouwde kom, dient er in de toekomst voldoende aandacht uit te gaan naar de verkeersveiligheid van voetgangers en (brom)fietsers. De meeste ongevallen (60%) gebeuren op een wegvak waar meer dan 7 op 10 verkeersdoden vallen. Ondanks een sterkere daling van het aantal doden op kruispunten dan op wegvakken, blijven kruispunten een probleem vooral voor tweewielers maar ook voor andere zwakke weggebruikers. Autosnelwegen blijven ten opzichte van de vervoersprestatie de veiligste wegen. Het aantal ongevallen uitgedrukt per kilometer weglengte, is echter het grootst op autosnelwegen.
 

Ten opzichte van de vorige periode 2003-2005 is het aandeel dodelijke en zwaargewonde verkeersslachtoffers in de leeftijdscategorie tussen 16 en 34 jaar afgenomen. Toch vormen ze nog steeds een zeer belangrijke aandachtsgroep. Beginnende bestuurders zijn ongeacht de vervoerswijze telkens sterk aanwezig in de ongevallenstatistieken. Zeer opvallend is het hoge aantal verkeersslachtoffers bij jonge bromfietsers. Ook ouderen (65+) zijn een risicogroep, voornamelijk omwille van hun grote kwetsbaarheid (en als gevolg hiervan de hogere letselernst). Verder besluiten we dat meer mannen dan vrouwen het slachtoffer van een verkeersongeval worden.
 

Het grootste aantal ongevallen gebeurt tijdens de werkweek in de avondspits, dus wanneer het verkeer het drukst is. Ook de ochtendspits is duidelijk merkbaar in de ongevallencijfers. Tijdens de weekendnachten gebeuren er opvallend meer ongevallen dan tijdens weeknachten. De letselernst van deze weekendongevallen ’s nachts is opvallend hoger dan deze tijdens weeknachten. In 2007 merken we een daling van het aantal doden ’s nachts (vooral tijdens weeknachten).
 

Tot slot oefenen ook weersomstandigheden een impact uit op het aantal ongevallen. Bij regen of een nat wegdek gebeuren er vaak ongevallen. Bij eenzijdige ongevallen wordt vaker een nat, glad of vuil wegdek aangegeven als ongevalsomstandigheid.

DownloadPDF icon RA-MOW-2009-013.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito