Terug
RapportnummerRA-MOW-2009-014
TitelOuderen en verkeersveiligheid
OndertitelEen probleemanalyse
AuteursKurt Van Hout
Tom Brijs
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's85
Datum18/06/2010
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Universiteit Hasselt
WerkpakketAndere: Risicobepaling
Samenvatting

De vergrijzing van onze maatschappij stelt ons voor heel wat uitdagingen, ook op het gebied van verkeersveiligheid. Door de toename van het aantal ouderen, ook in het verkeer, zal meer aandacht besteed moeten worden aan deze deze groep weggebruikers. Aan de hand van een studie van de internationale literatuur worden de belangrijkste facetten van de problematiek rond ouderen en verkeersveiligheid opgelijst. Deze bevindingen worden aangevuld met een analyse van de ongevallendata in Vlaanderen voor de periode 1991-2005.
 

Verschillende facetten

Verkeer is een complex gebeuren met vele facetten, zo ook verkeersveiligheid. Het aantal slachtoffers wordt bepaald door zowel de blootstelling van verkeersdeelnemers aan gevaar, het risico om in een ongeval betrokken te raken en de afloop van de ongevallen. Al deze factoren (kunnen) variëren doorheen de tijd.
 

In eerste instantie wordt de problematiek van verkeersveiligheid bij ouderen verder uitgediept. Op basis van ongevallen- of slachtofferaantallen is geen echt probleem vast te stellen. Het aantal slachtoffers neemt immers af met toenemende leeftijd. We stellen wel vast dat in ongevallen waarbij oudere bestuurders betrokken zijn vooral de ouderen zelf het slachtoffer worden. Naar andere leeftijdsgroepen vormen ouderen geen overmatige bedreiging.
 

Ook wanneer het ongevalsrisico wordt uitgedrukt per inwoner vinden we geen verhoogd risico bij ouderen. Wanneer we rekening houden met de globale vervoersprestatie van de verschillende leeftijdsgroepen, vinden we echter wel een verhoogd risico bij ouderen. Dit verhoogde risico is meer uitgesproken naarmate de ernst van de beschouwde letsels toeneemt. Een verhoogd letselrisico kan het gevolg zijn van enerzijds een verhoogd ongevalsrisico, maar anderzijds ook van een hogere kwetsbaarheid waarbij de kans op letsel bij een bepaalde botsingsimpact gewoon hoger ligt. In het geval van ouderen wordt, volgens de literatuur, het hoge letselrisico in belangrijke mate verklaard door de hoge kwetsbaarheid van ouderen. Bij jongeren daarentegen speelt vooral de hoge ongevallenbetrokkenheid een belangrijke rol. Bij het vergelijken van letselrisico’s tussen verschillende leeftijdsgroepen wijzen verschillende onderzoekers op de zogenaamde frailty bias. Aangezien ongevallen doorgaans beter geregistreerd worden naarmate ze ernstiger zijn en ouderen meer kans lopen om ernstig gewond te worden als een gevolg van hun hogere kwetsbaarheid, hebben ongevallen met ouderen bijgevolg een grotere kans om opgenomen worden in de ongevallenstatistieken.
 

Ongevalsfactoren

Het ongevalsrisico is niet enkel afhankelijk van de leeftijd. Heel wat andere factoren spelen eveneens een rol. Dat maakt een globale vergelijking tussen verschillende leeftijdsgroepen niet gemakkelijk. Niet het volledige verschil in risico zal immers te wijten zijn aan het verschil in leeftijd. Het risico is eveneens afhankelijk van de vervoersprestatie. Personen die jaarlijks weinig kilometers afleggen hebben doorgaans een hoger ongevalsrisico. Het is, volgens een aantal studies, trouwens deze groep waar het verhoogde risico bij ouderen zich vooral manifesteert. Ouderen die nog steeds veel afstand overbruggen, kennen niet echt een verhoogd risico ten opzichte van jongere bestuurders die een vergelijkbare afstand afleggen. Naast de totale vervoersprestatie zijn ook de verplaatsingskarakteristieken van belang. Zowel locatie, tijdstip als vervoerwijze beïnvloeden de globale risicomaat.
 

Ook de ernst is afhankelijk van heel wat factoren. Uiteraard is de verhoogde kwetsbaarheid die samenhangt met een hogere leeftijd een belangrijke factor. Toch speelt ook hier het voertuig waarmee de bestuurder rijdt een rol (ouderen rijden vaker met een oudere wagen met minder voorzieningen) evenals de aard van de aanrijdingen en de botsimpact.
 

Vroeg of laat krijgen alle mensen te maken met een aantal functionele beperkingen die de rijgeschiktheid nadelig beïnvloeden. Deze beperkingen treden echter niet bij iedereen even vroeg op en niet in dezelfde mate. Er is dan ook heel wat variatie binnen de groep van ouderen. Daartegenover staat de positieve attitude tegenover een verkeersveilig gedrag en het ontbreken van risicogedrag, kenmerkend voor vele jonge bestuurders. Bovendien zijn de meeste ouderen zich bewust van hun beperkingen en passen ze hun rij- en reisgedrag daaraan aan. Ze zullen in de mate van het mogelijke (voor hen) moeilijke of oncomfortabele situaties vermijden. Ook zullen ze doorgaans trager rijden.
 

Ouderen hebben ook heel andere mobiliteitsbehoeften. Samen met hun zelfrestrictief gedrag leidt dat tot een heel eigen verplaatsingenpatroon. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ouderen, gezien hun specifieke beperkingen en hun eigen verplaatsingenpatroon, ook een afwijkend ongevallenpatroon vertonen. Zo zijn ouderen relatief vaker betrokken bij kruispuntongevallen, bij ongevallen binnen de bebouwde kom en minder vaak bij ongevallen op autosnelwegen. Ook zijn ze relatief minder betrokken in ongevallen ’s nachts, maar vaker buiten de spitsmomenten en bij normale omstandigheden. Ouderen zijn daarenboven minder in eenzijdige ongevallen betrokken (en dan nog meestal als fietser of voetganger). Tenslotte zijn ouderen relatief vaker als zachte weggebruiker betrokken in (tweezijdige) ongevallen.
 

Verder onderzoek

Het onderzoek naar het ongevalsrisico van ouderen gebeurt nog te vaak op een te hoog aggregatieniveau. Hierdoor verdwijnen heel wat aandachtspunten in de huidige analyses. Niet alle ouderen lopen immers een even groot risico op een ongeval. Bovendien is het risico verschillend voor verschillende ongevaltypes. Een verdergaande disaggregatie kan hieraan tegemoet komen. Op die manier kunnen risicoprofielen worden aangeduid evenals meer specifieke risicosituaties. Risico kan hierbij uitgedrukt worden in functie van verschillende factoren waaronder de aard van de verplaatsingen (locatie, tijdstip en vervoerwijze).
 

Zoals reeds aangehaald is verkeersveiligheid bij ouderen geen statisch gegeven. Verschillende trends maken dat zowel blootstelling, risico als ernst wijzigen doorheen de tijd. De opeenvolgende generaties zijn telkens kinderen van hun tijd. Om toekomstprognoses mogelijk te maken dienen deze trends gekend te zijn en ingecalculeerd te worden. Dit kan gebeuren via cohortstudies. Hierbij zullen zowel leeftijdsgerelateerde kenmerken als generatie-effecten opgenomen worden ter verklaring van de verkeersveiligheid.

DownloadPDF icon RA-MOW-2009-014.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito