Terug
RapportnummerRA-MOW-2011-021
TitelHet programma voor de herinrichting van de gevaarlijke punten op gewestwegen in Vlaanderen: een effectevaluatie.
Ondertitel
AuteursEllen De Pauw
Stijn Daniels
Tom Brijs
Elke Hermans
Geert Wets
UitgaveSteunpunt MOW, spoor Verkeersveiligheid 2007-2011
Aantal pagina's65
Datum23/03/2012
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)Universiteit Hasselt
WerkpakketAndere: Infrastructuur en ruimte
Samenvatting

Om Vlaanderen verkeersveiliger te maken en de doelstellingen aangaande het aantal doden en zwaar gewonden te bereiken, besliste de Vlaamse regering in 2002 een selectie te maken van de gevaarlijkste punten in Vlaanderen en hiervan de infrastructuur aan te passen. Daartoe werden punten geselecteerd op basis van het aantal slachtoffers die gewond raakten in een verkeersongeval gedurende drie opeenvolgende jaren en de ernst van hun letsel. Momenteel is het programma nog lopende, maar zijn reeds een groot aantal punten heringericht. Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits stelde aan het Steunpunt Mobiliteit en Openbare Werken, spoor Verkeersveiligheid de vraag de effectiviteit van de reeds aangepakte punten op de verkeersveiligheid te onderzoeken.
 

Om het effect op de verkeersveiligheid te onderzoeken werd nagegaan welke invloed de herinrichting had op het aantal letselongevallen en ernstige ongevallen. Daartoe werd gebruik gemaakt van een voor- en nastudie, waarbij het aantal ongevallen voor de herinrichting van het gevaarlijke punt werd vergeleken met het aantal ongevallen na de herinrichting. Bij dergelijke vergelijking is het belangrijk ook rekening te houden met andere factoren die gedurende de onderzoeksperiode een invloed hadden op het ongevallenaantal, zoals de effecten van andere verkeersveiligheidsmaatregelen, de gedeeltelijke toevalligheid van het ontstaan van ongevallen, veranderingen in verkeersvolume en autonome evoluties in de verkeersonveiligheid. Daarom werd de Empirical Bayes methode gehanteerd die internationaal aanvaard wordt als de beste standaard in evaluatie-onderzoek omtrent verkeersonveiligheid. Deze methode vergelijkt het aantal ongevallen na een interventie met de situatie voordien en houdt daarbij rekening met andere factoren die mogelijk een invloed hadden op het ongevallenaantal. In dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een vergelijkingsgroep om beïnvloedende factoren zoals generieke veranderingen in het verkeersvolume, andere verkeersveiligheidsmaatregelen en weersomstandigheden in rekening te brengen. Daarnaast werd door het hanteren van statistische technieken ook gecorrigeerd voor het zogenoemde regressie-naar-het-gemiddelde-effect.
 

Om het effect van een maatregel op een bepaalde locatie te kunnen evalueren is er nood aan minimaal één jaar ongevallendata in de periode voor en na dat de maatregel werd doorgevoerd. Tevens dienen deze ongevallendata geografisch gelokaliseerd te zijn om een selectie van de ongevallen in de buurt van het onderzochte punt mogelijk te maken. Aangezien deze gelokaliseerde ongevallendata voor Vlaanderen beschikbaar zijn tot en met 2008, konden alle gevaarlijke punten die werden opgeleverd en opengesteld voor het verkeer tot en met 2007 worden opgenomen. Op die manier werden uiteindelijk 134 punten, allen kruispunten, geselecteerd die konden geëvalueerd worden. Om te controleren voor trendeffecten in verkeersongevallen werd een vergelijkingsgroep gehanteerd bestaande uit locaties die werden geselecteerd als gevaarlijke punt, maar waar de werken pas gestart zijn na 2008 of tot op heden nog niet gestart zijn. Deze locaties werden geselecteerd, aangezien deze op verschillende gebieden goed vergelijkbaar zijn met de onderzochte locaties. Ze komen namelijk uit dezelfde originele set van gevaarlijke punten, terwijl ze verschillen van de onderzochte locaties doordat er tijdens de gehele onderzoeksperiode geen verkeersveiligheidsmaatregel werd uitgevoerd. Deze vergelijkingsgroep bestond uit 211 gevaarlijke punten. Daarnaast werd ook een tweede vergelijkingsgroep gehanteerd, zijnde de algemene ongevallentrend in Vlaanderen.
 

Een meta-analyse van alle 134 punten, met als vergelijkingsgroep de nog niet heringerichte gevaarlijke punten, vond een significante daling in het aantal letselongevallen van 24% tot 27%, afhankelijk van de gebruikte vergelijkingsgroep. Deze daling is volledig toe te schrijven aan de infrastructurele herinrichting van deze punten, aangezien andere factoren die mogelijk een invloed hadden op het ongevallenaantal werden geëlimineerd.

Ook voor de ernstige ongevallen werd een significante daling gevonden. Afhankelijk van de gebruikte vergelijkingsgroep daalde het aantal ongevallen met doden en zwaar gewonden van 40 tot 52%.
 

Tevens werd onderzocht of er een significant verschil is in de effectiviteit, naargelang de kenmerken van het kruispunt en het type aanpassing. Deze analyses vertonen slechts beperkte resultaten. Zo blijkt er een randsignificant verschil te zijn tussen locaties, afhankelijk van de inrichting vooraleer de werken werden uitgevoerd. Locaties die in de voorsituatie voorrangsgeregeld waren vertoonden een sterkere daling in het aantal letselongevallen dan locaties die lichtengeregeld waren. Daarnaast blijken ook de locaties met de laagste intensiteit op de hoofdweg de sterkste daling te vertonen in het aantal letselongevallen in vergelijking met locaties met een hogere intensiteit.
 

Naast een analyse op ongevallenniveau, werd ook onderzocht wat het effect is op slachtofferniveau. Hierbij werd een onderscheid gemaakt naar het type weggebruiker: automobilist en passagiers, bromfietser, fietser, motorrijder, voetganger en vrachtwagenchauffeur. Na controle voor algemene trendeffecten, werd een daling in het aantal gewonden vastgesteld voor elk type weggebruiker.

DownloadPDF icon RA-MOW-2011-021.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito